ZES EN EEN HALF

 

 

 

 

 

 

 

Verjaren…

ZES EN EEN HALF

 

Rond elven ben ik gisterenavond mijn bed in gerold. Ik was toen nog 62. Op zo’n leeftijd rol je je bed in. Te veel, te lang en te laat gesport, zeggen de orthopedisten van Sint-Lucas. In koor bijna. En met enig cynisme. Ook niet goed genoeg, denk ik er wel eens bij. Ik was een amper begeleide en nauwelijks onderlegde balverliefde allrounder die zich in geen enkele sport echt kon vastbijten. Keuzes maken…

Rollen, dus. Kruipen is voor nog later. Ik zie het soms voor me. Geen hoopgevend beeld.

Zoals de meeste nachten, de laatste jaren, heb ik behoorlijk slecht geslapen. Kop. Schouders. Nek. Benen… Ik was al altijd vroeg uit de veren. Ook toen ik nog niet kreupelde en mijn botten soepeler en met zin voor spontaniteit hun opdrachten uitvoerden. Tegenwoordig is 7 uur vaste prik. Dan heb ik al twee keer het radionieuws gehoord en slof ik naar beneden. Ik geniet er dan nog een wijle van de stilte. Van de dag die samen met mij ontwaakt. Nog voor Jefs Zotte Morgen en verbouwingswerken in de buurt.

Tot voor een paar jaar sliep ik als een roos. Van middernacht of later nog, tot na zessen. Die zalige luxe is me sluipenderwijs ontnomen.

Omdat ik tijdens de dag nog steevast ongewild in droommomenten verwijl, verzink ik ’s nachts zelden – ook deze nacht niet – in diepe dromen. Gelukkig maar voor het gehavende lijf, want als ik al in nachtelijke nevelen verdwaal, dan gebeurt dit buikliggelings. En dit kan mijn rug absoluut niet hebben.

Tijdens een van de stonden waarop slapen maar niet lukte, draaide ik me weinig elegant op mijn rug. Ik oefende de krampen uit mijn benen. Maakte er driehoeken mee. Twee dagen geleden – kunst in mijn hoofd – nog door het hobbelige Mons geslenterd. Mijn kunstige tochtjes moet ik altijd een beetje bekopen.

Ik was aan de school aan het denken, iets wat zelden voorkomt. Ik piekerde. Omtrent de 63 die ik ondertussen min of meer geruisloos was geworden. Op school, toen ik les gaf, moest het cijfer na de komma tot een halve punt worden afgerond. Rapporttijd. Alweer. Tweeënzestig (ik rekende altijd op honderd) werd dan een zes, terwijl drieënzestig naar 6,5 werd opgetrokken. Dat afronden naar boven deed me plezier. Ik heb altijd lak gehad aan cijfers, maar hierin was ik – gemakshalve ongetwijfeld – heel strikt. Ik ben vandaag dus eigenlijk 65, dacht ik. Het afronden gaf me voor de eerste keer een rotgevoel.

Rond achten, bij de bakker, liet ik dit niet blijken. Ik verbeet de vele pijntjes. Mijn hoofd zat nog altijd in een wolk, maar toch:  Hey, Nancy! Lang geleden. Een oud-collega uit de journalistieke wereld.

Koffiekoeken. Onze jongste kater zat als een hondje naast mijn stoel te wachten. Geduldig. Nu het wat kouder wordt (hij slaapt al eens buiten, in zijn balkonmandje), neemt hij meteen nadat ik ben opgestaan, mijn zitplaats in.

Na het ontbijt barstte het sms- en e-verkeer los. Voor Facebook was ik nog helemaal niet klaar. Ik las eerst nog het zondagse bakkerskrantje en een dubbelinterview met auteur Bernard Dewulf en psychiater Douwe Draaisma. Ook deze laatste is 63. Dewulf nog een jonkie van 56. Zo begin je blijkbaar te denken als je 63 bent.

Ik zag de dag en het leven al wat meer zitten. Ook de meeste berichtjes trokken me er door. Wensen vergezeld van een citaat van Aldous Huxley, een oud-collega die me steevast “preute” noemt en dat opnieuw deed, twee handgeschreven (jawel!) kaarten in de brievenbus, een kunstenaar die me vraagt om kritisch te blijven, maar tegelijk ook mijn optimisme te bewaren, op de mail het kaft van een mooie monografie waarin een tekst van mij is opgenomen en berichtjes van gewezen leerlingen van me (bedankt voor het respect, Pascal!) kikkerden me op.

Maar toch: drieënzestig?! Ik “boek” maar best een bezoekje aan de huisarts voor mijn jaarlijkse griepvaccin. Dokter Jan. Half november. 10u.45. Done!

 

Ondertussen al een glimp van Facebookberichten opgevangen. Ik bedank iedereen van harte voor de wensen, de kaarten, de zinnen, de fantasie, de knuffels en de kussen voor mijn zes en een half. ‘k Zien eigenlijk ol stief oed. Zal ik proberen om wat minder te zeuren?

Johan Debruyne, 16 oktober 2016