Tag: nis

Sint-Jozef en de poelifinario

Sint-Jozef en de poelifinario

Ik heb een rotnacht achter de rug. 3.29. L. slaapt als een roos en vanuit de laan valt amper licht binnen. Alleen de digitale cijfers op het nachtkastje. Was er op zolder iets gebeurd of gaande wat zo abrupt een danig scherpe aandacht verantwoordde?  Verschrokken en dierlijk bijna, zo voelde ik me. Mijn hart bonsde. Ongewenst bezoek? Dat hadden we eerder al. Enfin, ik kwam ooit thuis toen dat soort visite net weer weg was. Een nadere kennismaking zat er niet in. Ik moest het stellen met de ravage die was aangericht. Het was toen vooravond, het donkerde snel, de dag voor Kerstmis. Alles stond open. De wind speelde met het huis en de gordijnen. Ik kwam terug van een interview en L. was nog aan het werk. De dag erna kwam de politie het huis wat opvrolijken. Met wit poeder en kwastje. Het fijnere werk, qua.

Of hoorde het geluid van daarnet bij het warrige einde van een nachtmerrie? Of waren het wind en regen? Zij die overdag bij buren nog de grote krulwilg hadden geknakt. Er kraakt wel vaker wat in ons oude huis. Vooral de verwarmingsbuizen houden verrassingen in petto. En ook de houten trappen  laten zich geregeld gelden.

Ik had me stil, maar bruusk gedraaid. Poesjkin, onze oudste kater, in zijn flank geraakt.  Gisteravond had hij besloten binnen te blijven – dat klote weer – en lag nu naast me. Daar ligt hij wel vaker, maar dit keer wist ik het niet. Hij had zijn nacht elders aangevat. Ik ging vervolgens roerloos op de rug liggen. Luisterde gespannen en aaide de kat. Wat later moest ik eruit om te plassen.

Loos alarm, dus. De nacht ervoor had ik uitzonderlijk goed geslapen. Van de late middag tot de avond had ik tal van oud-leerlingen ontmoet en gesproken. Voor het eerst zag ik sommigen sinds heel lang terug. Leuke babbels, herinneringen, soms compleet hernieuwde kennismakingen. Op die leeftijd lijkt ouder worden nog helemaal geen probleem. Soms een fascinerend proces.

Nadien was er nog een feestje. Het uurtje teveel? De dag erop sloeg ik af en toe aan het tobben. Ik was uitgeteld. En dan pieker ik wel eens. Of ik maak plannen. Of val in slaap… Hoewel ik er vreselijk tegenop had gezien, was het meegevallen.

Na een ochtendlijk telefoontje van mijn zwager – hij woont in Engeland – om me voorbarig een gelukkige verjaardag te wensen, drong het tot me door dat vooral zij die op school goed hadden geboerd, op dat soort bijeenkomsten afkomen. Zij die het behoorlijk “ver” hebben geschopt of aan een opzienbarende carrière aan het timmeren zijn. Er waren ook anderen: lefgozers, laatbloeiers, deugnieten. Maar inderdaad, ik had nogal wat geneesheren en ingenieurs ontmoet. In wording of alreeds praktiserend. En, ach ja, ik zal wel mijn steentje hebben bijgedragen. Laat me voor een keer onbekommerd (na)genieten.

Maar vanwaar ineens deze rotnacht? Straks zal uitzonderlijk ook de ochtendkrant niet in de brievenbus zitten. Dubbele pech. Ik denk dat ik het weet: dat recente mailtje van de zaakvoerder van “De Cafedraal”, een restaurant in het hart van de stad. Ik had er, bijna 20 jaar geleden, uit de straatnis een verpauperd beeld van de Heilige Jozef laten wegnemen. Een artistieke stunt in mijn uitgesproken conservatief, paapse, door middenstand en toeristen ingepalmd geboorteplekje. Een kunstenaar had daarop nis en beeld gerestaureerd en een roos op de muur geschilderd. Ik had een briefje getekend dat ik een wijle over het beeld mocht beschikken, dat deel zou uitmaken van een internationaal artistiek beeldend project.  Het opzet werd echter van diverse kanten laf gefnuikt. Maar telkens ik in de Zilverstraat passeerde, genoot ik van de nis. Het berichtje was er om het beeld terug te krijgen en terug te plaatsen, hoewel het gipsen ding beter functioneert buiten die nis. Ik had de heilige man ondertussen een vaste stek gegeven. In mijn werkkamer. Als stille heerser van rommel uit mijn verleden.

Ik vond de kopie van het documentje niet. Ik keerde de kamer ondersteboven. En dan stuit je op niets dan herinneringen. Leuke, maar ook andere. Ballast waarvan je dacht: die is overboord. Ik liet helaas veel liggen. Ooit moet ik er toch doorheen. Een overdaad aan souvenirs. En dan gaat je kop vreemd doen. Ook in de nacht.

Ik hoor dat een dronken student is verongelukt. Dat overmatig zuipen bij jongeren zal een reden hebben. Ontvluchten. Ik doe het ook wel eens. Ik hang dan het kieken uit. Of beter: de vogel. Met mijn handen als megafoon bootste ik de dag ervoor de geluiden van de poelifinario en de kroet na. Tot L. het op de heupen kreeg. Soms ben ik de maat kwijt. Woelt het kind in mij. Ben ook ik nog op de vlucht.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

JOHAN DEBRUYNE, oktober 2013, even voor mijn verjaardag

 

 

(Ermee) rammelen

Brugge, eind december 2011

Gisteren de wagen in de Steenstraat, Brugges meest drukke shoppingstrook, geparkeerd.    Mijn vrouw had aldaar nog dringend iets nodig. Ik wachtte in de auto. Ik weet uit ervaring dat zoiets even kan duren. Met beslissen heeft zij het vaak heel erg moeilijk. Zo kon ik ongeveer een uur passanten aanschouwen. Blake-CD in de gleuf. Ik bleef onzichtbaar voor de koopgeile massa: het was valavond en volop aan het donkeren. Of ze de fiets niet kon nemen? Brugge wordt toch als “fietsstad” gepromoot? Uitgesloten! Als mijn vrouw door ons stadje fietst kampt ze 3 dagen lang met ondraaglijke jeuk aan haar handen en mag ze bovendien meteen even doorrijden tot bij de fietsenmaker om een of ander aan haar – toegegeven – krakkemikkige 2-wieler weer vast te zetten. En haar per fiets vergezellen is ook al geen optie: rugpijn en… een teelbalkwelling! Zatte kloten voelen dit niet, zei een grappenmaker, maar ik kan toch niet beginnen zuipen telkens voor ik ten onzent op de fiets kruip? Zat fietsen… Een  broer-zaliger was daar erg bedreven in. Wij hielden ons hart vast, maar eens hij vaart had gemaakt.  Als er straks maar negens een of ander dier onverhoeds de straat oversteekt…

Groepen, koppels en eenzaten lopen of slenteren nog een winkel binnen. Uitgelaten, aan twijfel ten prooi, zich voortslepend. De vuilnismannen doen een extra ronde. Crisis? Consuminderen lijkt niet aan de orde.

De straatmuzak dringt tot in de auto door. Ik mijmer en denk onwillekeurig aan die 30 jaar dat ik al droom van een geboortestad waar ook actuele kunst een  plekje krijgt. Her en der iets wat in het oog springt. Doet nadenken. Lachen. Naïeveling. Nadenken… Gekocht moet er worden! En ik weet onderhand heus  wel dat de meute die Brugge onder de voet loopt in de eerste plaats naar hier komt voor zaken die oud zijn of er de schijn van  hebben. Een kantwinkelmeisje dat wat bijverdiende verklapte in haar naïviteit ooit eens aan Parijse klanten dat ze in de Franse Lichtstad gewoon wég was van die glazen constructies in het Louvre. De verontwaardigde Parisiens lieten al wat ze al uit de rekken hadden gehaald op de toonbank liggen en het meisje met verstomming achter.

In Brugge is alles kraaknet, lijkt alles oud, en de chocolade vliegt je zo in de bek nu de nepkant z’n beste tijd heeft gekend.

Ik bleef mijmeren. Dat ik de voorbije weken met nog wat mensen die van actuele kunst houden opnieuw had zitten ouwehoeren en dat we weer plannen hadden gesmeed. Met name voor een nieuw soort SOS-Brugge-bericht, een kleine raamaffiche.

Het werd kouder in de auto en ik maak de bedenking dat bijna 90% van de Bruggelingen tevreden is met het lokaal beleid. Hou dus op met dagdromen, jongen! Wees blij met af en toe die flard kalligrafie. Geniet ten volle van je koffieverkeerd in Craenenburg (of elders), praat met passie over het laatste boek dat je las of de film die je net zag of de nieuwe kunst die je zonet elders hebt bewonderd, maar laat je niet meer voor die kar spannen. Laat die 90%  met rust.

Een mooi voornemen op de rand van het nieuwe jaar! Toch denk ik nog even terug aan dé schande van de voorbije jaren, toen we van de organiserende Brugse Erfgoedcel, na een brainstormoefening omtrent nieuwe kunst in nissen (een wereldkunstenares had al toegezegd en hoofdconservator Sellink was in de wolken en had het project zelfs al “en public” aangekondigd!) met z’n allen een soort kattenluik mee naar huis kregen. Het ding moest een nis voorstellen en wij hoorden kunstenaartje te spelen. En ik die dacht dat het nu eindelijk aan de kunstenaars zelf was…

JOHAN DEBRUYNE

Maria van Middelburg nu ook op youtube!

 

HET GROTE GENIS
Kindermisbruik, corruptie, rotzooi, Kantelberg…
Deze kerk werd ooit nog ingewijd door monseigneur VG.
Of dat grote plakkaat misschien weg mag?
Als signaal naar de talloze slachtoffers?
De kerkfabriek gaat beslissen, meneer. Maar
dat doet ze natuurlijk niet.
De leugen regeert. De fabriek gaat te biecht,
hun vunzigheid met muffe habijten
van katholieke iconen bedekt.
Van zoveel smeerlapperij keert Maria zich af:
Idolen, Iconen, Idioten…
In Middelburg loop ik haar, Maria, in een bloemenzaak tegen het lijf.
Kleurloos, ingetogen, maar glimmend. Pluk de Dag, zingt de baas.
Vanuit de Gortstraat neem ik ze mee naar Brugge, dorp bij de zee.
Als het duister dreigt geef ik haar licht en kleur.
Meer kan deze duifgrijze stad niet wensen.
Ik wou haar bij me, haar sobere, glimmende aanwezigheid. Haar twijfels naast
die van mij. Even ontsnapt ze maar net aan het vuur.
Lezen de haastige passanten de woorden boven haar nis,
ooit gewoon een ruit? Ik denk het niet.
Parels voor de zwijnen.
J.D.

wensen 2012

Met deze Maria van Middelbrug open ik plechtig mijn website!