Venetië

Venetië

Eergisteren, in de herfstzon;  gisteren, in de gietende regen: in onze tuin samen een perceeltje varens opgeruimd. Jaren brachten ze schoonheid en was het er voor de katers heerlijk toeven en stoeien. De nukken van de voorbije zomer hebben ze danig verziekt. Al meteen waren ze bruinig, slap en misten ze hun gebruikelijke frisse buigbaarheid. We hebben er nu siergras aangeplant. Het moet nog struiken en op zijn beurt een avontuurlijk terrein worden voor de beesten. Ik bekijk het vanuit het bureau terwijl ik aan het schrijven ben.

Omdat haar rug minder aankan dan de mijne, ben ik vanmorgen om boodschappen gereden. Ook eens het te lang opgespaarde glazen leeggoed meegenomen. Door de ronde gaten laat ik het glas de containers in kletteren. Ik leef me uit als een kwajongen. Hoe harder het galmt hoe leuker. Als hier maar geen GAS-boetes van komen…

Nadien, in het warenhuis, pluk ik wat kranten uit het rek. In DS zie ik een vensterraam met kanten gordijnen. Ervoor: een houten kantwerkstertje. Dit moet Brugge zijn! Ook deze krant “bevraagt” in verkiezingstijden. Het beeld, dat het oubollig cliché van mijn geboortestad bevestigt, prijkt prominent aan het begin van een bijdrage over de politieke toestand in de provincie West-Vlaanderen.

Wat zouden Anne en Mercedes, beiden kandidaat-burgemeester, hiervan denken? De voorbije legislaturen werd weinig ondernomen om dat bestofte  imago weg te werken. Dagjespolitiek. Toevalstreffers, zoals “De Treurenden”. Nee, meneer de burgemeester, ook jouw “Kamarama” kon het imago niet opfrissen. Pure poenschepperij, suggereerden velen. Vriendjespolitiek. Zei u zelf. Evenmin de door u aangezogen Gwij Mandelinck. Beeldend culturele willekeur was het en het heeft helemaal niet gewerkt. Het fonteintje op  het Stationsplein? Plassertjes. Meer niet! Zelfs niet het nieuwe concertgebouw met enkele topwerken tegen de binnenmuren. En al zeker niet de nieuwe glazen koterijen op ’t Zand. Het verloederde Ito-paviljoen hou ik nog buiten beschouwing. Er is een potje van gemaakt. Maar, ik zei het vaker: Brugge kan heel wat hebben!

Met mijn vrouw spreek ik af op het terras van “De Middenstand” (’t Zand). En kijk, net nu ik me na 10 jaar met het concertgebouw heb verzoend, staat zo’n joekel van een parkeertickethok in de weg. Ik zie amper nog de helft van wat vele Bruggelingen ongenuanceerd “De Bunker” noemen. De terrassen er vlak achter gapen van leegte: daar geen straaltje eindejaarszon!

Omdat ze wat langer wegblijft dan verwacht, stap ik maar eens tot bij de beeldengroep in het midden van het plein. Het water dat het geheel feeëriek moet maken is even het zwijgen opgelegd. Brons en water? Da’s om problemen vragen, zei me ooit een vakman. Van achter werfhekkens kan ik het werk van dichtbij observeren. Ik kom tot het besluit dat vooral de dieren meevallen: vogels en een enkele hond. Ik ga naar het terras terug, verlangend naar de klasse van iets als “Les bourgeois de Calais“ van Rodin.

Zoals wel vaker gebeurt neem ik plaats naast een Bruggeling die ik ken. Of ik weet wie België volgend jaar op de “Biënnale van Venetië” zal vertegenwoordigen. Berlinde De Bruyckere! De wereldvermaarde kunstenares uit Gent die zich bereid had verklaard een centrale rol te spelen in het nissenproject dat ondergetekende hier uit de grond wilde stampen. Helaas, al wat Brugs en paaps is werkte tegen. Bij gebrek aan respect haakte de kunstenares na diverse bezoeken aan Brugge af. Einde verhaal.

Wie weet had de stad zich hiermee wel op de kaart van de actuele beeldende kunst kunnen zetten. Met chocolade – hoe lekker ook – is het niet gelukt. En koken en lekker eten terwijl elders mensen creperen van de honger… Als Christenmens zou ik me schamen. Ik blijf er weg.

Ik ben maar een Bruggeling. Ik moet aan Geeraerts denken. Het voelt voor mij vaak een beetje aan als: Ik ben maar een neger. Toen in “2002” de Langestraat in zicht kwam, mijn geboortestraat notabene, waar ik elk huis en zijn geschiedenis ken, werd doodgemoedereerd niet aan deze jongen gedacht. Nee, daar waren… Gentenaars voor. Het mocht wat kosten. En waarom is die schreeuwlelijke buste van zoon V.A. nu nog niet in de Groene Rei gesukkeld? En waarom is dat marmeren tuinversiersel in Groeninge er alsnog bijgekomen? Willekeur!!! Het zal wel nooit veranderen. Elk doet hier zijn zin en iedereen houdt zijn mond. Mobiliteit is prioritair!

Vreemd, dacht ik vanmiddag. Altijd wanneer er lokale verkiezingen zijn, hangt aan verre buur J.-P. zijn raam een affiche met Moenaert op, “zijn” burgemeester. Nu is het er zoeken naar diens gedoodverfde opvolger…

Soit, onze tickets voor Venetë zijn er. Het hotel is geboekt. In juni trekken we een wijle naar het echte Venetië.

JOHAN DEBRUYNE, oktober 2012