(Ermee) rammelen

Brugge, eind december 2011

Gisteren de wagen in de Steenstraat, Brugges meest drukke shoppingstrook, geparkeerd.    Mijn vrouw had aldaar nog dringend iets nodig. Ik wachtte in de auto. Ik weet uit ervaring dat zoiets even kan duren. Met beslissen heeft zij het vaak heel erg moeilijk. Zo kon ik ongeveer een uur passanten aanschouwen. Blake-CD in de gleuf. Ik bleef onzichtbaar voor de koopgeile massa: het was valavond en volop aan het donkeren. Of ze de fiets niet kon nemen? Brugge wordt toch als “fietsstad” gepromoot? Uitgesloten! Als mijn vrouw door ons stadje fietst kampt ze 3 dagen lang met ondraaglijke jeuk aan haar handen en mag ze bovendien meteen even doorrijden tot bij de fietsenmaker om een of ander aan haar – toegegeven – krakkemikkige 2-wieler weer vast te zetten. En haar per fiets vergezellen is ook al geen optie: rugpijn en… een teelbalkwelling! Zatte kloten voelen dit niet, zei een grappenmaker, maar ik kan toch niet beginnen zuipen telkens voor ik ten onzent op de fiets kruip? Zat fietsen… Een  broer-zaliger was daar erg bedreven in. Wij hielden ons hart vast, maar eens hij vaart had gemaakt.  Als er straks maar negens een of ander dier onverhoeds de straat oversteekt…

Groepen, koppels en eenzaten lopen of slenteren nog een winkel binnen. Uitgelaten, aan twijfel ten prooi, zich voortslepend. De vuilnismannen doen een extra ronde. Crisis? Consuminderen lijkt niet aan de orde.

De straatmuzak dringt tot in de auto door. Ik mijmer en denk onwillekeurig aan die 30 jaar dat ik al droom van een geboortestad waar ook actuele kunst een  plekje krijgt. Her en der iets wat in het oog springt. Doet nadenken. Lachen. Naïeveling. Nadenken… Gekocht moet er worden! En ik weet onderhand heus  wel dat de meute die Brugge onder de voet loopt in de eerste plaats naar hier komt voor zaken die oud zijn of er de schijn van  hebben. Een kantwinkelmeisje dat wat bijverdiende verklapte in haar naïviteit ooit eens aan Parijse klanten dat ze in de Franse Lichtstad gewoon wég was van die glazen constructies in het Louvre. De verontwaardigde Parisiens lieten al wat ze al uit de rekken hadden gehaald op de toonbank liggen en het meisje met verstomming achter.

In Brugge is alles kraaknet, lijkt alles oud, en de chocolade vliegt je zo in de bek nu de nepkant z’n beste tijd heeft gekend.

Ik bleef mijmeren. Dat ik de voorbije weken met nog wat mensen die van actuele kunst houden opnieuw had zitten ouwehoeren en dat we weer plannen hadden gesmeed. Met name voor een nieuw soort SOS-Brugge-bericht, een kleine raamaffiche.

Het werd kouder in de auto en ik maak de bedenking dat bijna 90% van de Bruggelingen tevreden is met het lokaal beleid. Hou dus op met dagdromen, jongen! Wees blij met af en toe die flard kalligrafie. Geniet ten volle van je koffieverkeerd in Craenenburg (of elders), praat met passie over het laatste boek dat je las of de film die je net zag of de nieuwe kunst die je zonet elders hebt bewonderd, maar laat je niet meer voor die kar spannen. Laat die 90%  met rust.

Een mooi voornemen op de rand van het nieuwe jaar! Toch denk ik nog even terug aan dé schande van de voorbije jaren, toen we van de organiserende Brugse Erfgoedcel, na een brainstormoefening omtrent nieuwe kunst in nissen (een wereldkunstenares had al toegezegd en hoofdconservator Sellink was in de wolken en had het project zelfs al “en public” aangekondigd!) met z’n allen een soort kattenluik mee naar huis kregen. Het ding moest een nis voorstellen en wij hoorden kunstenaartje te spelen. En ik die dacht dat het nu eindelijk aan de kunstenaars zelf was…

JOHAN DEBRUYNE