“dOCUMENTA XIII”, een editie met littekens

“dOCUMENTA XIII”, een editie met littekens

Om de 5 jaar is de “Documenta” in het Duitse Kassel (Hessen) het mekka voor fans van (actuele) beeldende kunst. Editie XIII is onlangs van start gegaan en voor de tweede keer is de curator een vrouw. Ze is Amerikaanse en heet  Carolyn Christov-Bakargiev. Tot voor kort: nooit van gehoord. Evenmin trouwens van het gros van de kunstenaars die ze heeft “geselecteerd” zoals dat – een beetje ordinair – ook in het artistieke jargon heet. Een kleine 200. Opvallend weinig schilders. Heel interessant is alvast dat velen speciaal in functie van deze editie, die je met een kleine “d” laat beginnen (dOCUMENTA) aan de slag zijn gegaan. Onbekend maakt onbemind. Dus: werk op de plank! Vooral omdat er vooraf zo weinig over deze editie werd prijsgegeven, verschenen de laatste tijd enige minder vleiende recensies. Journalisten bleken in hun gat gebeten. Ze hadden het mis! Omdat de curator verdomd goed wist wat ze wilde, ondermeer het mensDOM, dat al eeuwen zowat overal ellende veroorzaakt, minder centraal stellen, werden alle kunstenaars verzocht een voormalig concentratiekamp in de buurt te bezoeken.

Ik heb er een week “Kassel” opzitten, voel me absoluut niet in mijn sas, maar wist dat deze 5-jaarlijkse “Duitse” dagen niet in mijn koude kleren zouden kruipen. Er zijn ook tal van locaties, die bovendien vaak behoorlijk ver uiteen liggen. Na een – toegegeven – wat belabberde start (de affiche zegt niets en spreekt dus niet aan, en de zaken zijn behoorlijk warrig in kaart gebracht) knijpt deze editie je echter vaker dan je lief is de strot dicht. Oorlog en geweld knetteren of sluimeren alom en in en rondom een Hauptbahnhof vanwaar ooit Joden naar “kampen” werden afgevoerd.

Vermoeiend voor Kopf und Beine, dus. Ik kijk jaloers naar quasi geruisloos voorbij suizende segways, waarop agenten het parcours afmalen. Helaas kan je alleen een fiets huren. En als kasseienstadbewoner haat ik het fietsen hartsgrondig.

Geweld, oorlog, wetenschap, ecologie, de geschiedenis die zich helaas maar blijft herhalen, Afghanistan, Beiroet, Cairo en Canada… Je krijgt het allemaal op artistieke en vaak bijzonder verrassende manier op je bord. Heel even kijk je zelfs Hitlers badkamer binnen en er trekken heel bijzondere “stoeten” aan je voorbij: op grassprieten en op muren. Ook de trams trekken mee: “Energie is geen kunst”, lees je tekens weer. Deze dromer moet niet alleen zijn weg zoeken; zelfs unterwegs is hij genoodzaakt na te denken. En toch. Op de terugreis woekerde bij hem de idee om het over 5 jaar nog eens met de auto te doen. Een kleine 600 kilometer. Op de terugweg immers – meer bepaald tussen Kassel en Frankfurt – weigert de trein in een tunnel doorheen het royale groen verder te rijden. Ik had net nog Hercules (het eindelijk gerestaureerde reuzenbeeld bij de cascaden op Kassels hoogste punt) vaarwel gezegd of ik ervoer aan den lijve wat later een man uit Keulen (daar strandde ik tijdelijk) zou bevestigen: Duitse Pünktlichkeit? “Vervlogen tijden, meneer!”

Ondertussen hadden ze in de Domstad een Thalys-verbinding van de tabellen geveegd en zou ik na 3 uur wachten misschien met de volgende verder kunnen. Als die tenminste rijdt, meneer. Duitsers zijn doorgaans vriendelijke mensen.

Gelukkig scheen de zon op het drukke plein tussen station en Kölner Dom, die nog altijd even zwart ziet. Ook wat er van de Lutherkerk (recht tegenover mijn hotel) is overgebleven ziet zwart als de raven. Tegen valavond krijgt de toren  een toets paars licht. Heerlijk.

In de buurt van het Luther-parkje zag ik op een avond een kunstwerk dat me eeuwig bij zal blijven. Het bleek om een gitzwarte medemens te gaan. Klein, graatmager, fraai  gebeitelde neus. Hij had zich in een van de talloze oude, stenen artefacten in de heuvelende tuin genesteld. Ik durfde geen foto nemen. Ik was te moe en weinig alert. Ik zal het me eeuwig beklagen.

Op het plein in Keulen stonden riksja’s. Maar Brugge was nog ver. Zelfs voor getrainde Duitse kuiten. Eén zo’n elegant karretje voerde reclame mee voor een tentoonstelling van Oldenburg. In Keulen. Museum Ludwig. Leuker en stiller vooral dan koetsen, die riksja’s. Zou Christine D’haen me horen?

Na dag 1 was ik al doodmoe. Ik was in het Fridericianum (“The Brain”, het centrale museum) begonnen, wist niet zo goed wat ik ermee aan moest, en in het immense park zou ik me onvoorbereid te pletter lopen. Leren plannen, jongen!  Een kiekje dan maar bij dat toch al oude, monumentale houweel van Oldenburg bij de Fulda. Ik zou later in de Neue Galerie (museum) de maquette zien. DOCUMENTA, een hectische bedoening altijd weer, om de 5 jaar 100 dagen lang. Een klein miljoen bezoekers. Budget: € 250.000.000. Een puffende, obese stationsbeambte zou het liever om de 10 jaar 50 dagen laten duren… Net zoals de meeste Kasselaars. Alles wordt duurder, meneer! Alleen de neringdoeners zijn content. En… er komen interessante mensen, vleit een mevrouwtje in een winkel.

Een bloedmooie studente had me na mijn eerste bezoek aan de Neue Galerie geïnterviewd en op een koek getrakteerd! In mijn douche vond ik shampoo met yoghurt proteïnen!!! Ik voelde me al meteen een heel stuk fitter. Dat mijn hotel tussen 2 verkeerslichten in ligt veroorzaakte wel een slaapprobleem. Zeker toen die Mannschaft de Grieken met 4-2 had afgekuist.

Ik passeer voorbij het Fridericianum (waar ik veel te snel doorheen ploeterde), waarmee hier alles ooit begon en waarmee ik ook zou moeten aanvangen, maar ik ben chaotisch en kontekraafs. Morgen grondig aanpakken. Of overmorgen? Ik kijk naar kleine gebogen, opgespannen protesttentjes. Jonge gasten met een rastakapsel. Ik neem een paar  foto’s.

De duimen gaan de lucht in. Dit  geef ik je alvast mee: “So lang Menschen noch denken dass Tiere nicht fühlen, müssen Tiere noch fühlen dass Menschen nicht denken.”

JOHAN DEBRUYNE, juni 2012