Tag: cultuur

DOORZICHT – “Schoonheid in alles zien” – Hugo Duchateau

Genieten, ontdekken en leren tegelijk…

DOORZICHT – Hugo Duchateau – “Schoonheid in alles zien”

Ik ben op weg naar Hugo Duchateau. Dus ga ik naar Sint-Truiden toe…

Verrast door de volgorde? Ik speel met klanken en woorden uit mijn moerstaal en denk onwillekeurig aan een zin die me nooit heeft losgelaten. Een zin die af toe nog in mijn hoofd weergalmt. Ik gniffel: “Morgenochtend rijdt Annie naar haar vader toe.”

Een aula overvol aspirant-leraars. Alleen hij bewoog. Liep heen en weer. Het bord voorbij. Je kon een speld horen vallen. De “t” in ochtend sprak hij niet uit. Hij herhaalde de zin diverse keren. Als een bedreven kind jongleerde hij met de moedertaal. Met klank. Ogenschijnlijk spontaan, maar wellicht tot in de puntjes voorbereid. Het had iets van Schoenaerts. Van vader Schoenaerts. Ik heb het over mijn toenmalige lector didactiek Nederlands, Jacques Sap. Een fenomeen. Uit Limburg. Ik heb altijd een boon gehad voor mensen die iets bijzonders met het Nederlands deden. Ook auteur Paul De Wispelaere hield me in de ban. Ik keer zo’n  40 jaar in de tijd terug. Brugge. Normaalschool. Zo heette dat toen.

Maar vandaag staat Sint-Truiden op de agenda. Ik kwam er nooit eerder. Op de terugreis zal ik vanuit de trein “Stayen” zien. Het voetbalstadion dat ooit daadwerkelijk op zijn grondvesten daverde. Raymond en Lon. Boffin ook? Herinneringen. Enfin, daveren, dat deed het ouwe stadion. Het nieuwe zal ik herkennen aan de rode bakstenen. En de appartementen met uitzicht op het veld… Ik geef toe: ik ben een voetbalfan die zijn favoriete voetbalclub (die van Brugge) op verplaatsing schromelijk in de steek laat.

Het is eind september en er hangt een dikke mist. Vroeger kon ik vanuit de trein naar het landschap staren. Langzaam wegdromen. De laatste jaren zegt het landschap ten onzent me nog weinig. Ik heb er wondermooie in mijn hoofd zitten. Landschappen. Onlangs kwamen er nog een paar bij. Van Morandi. Hun eenvoud. Stil!

Later nam ik een boek mee. Maar bij het lezen verdraag ik geen geruis (meer). De trein zit overvol. Ik dommel in, hoop dat het ding verder rijdt en niet botst. Mijn favoriete hobby op de trein tegenwoordig: indommelen. Af en toe gluur ik. In Harelbeke bijvoorbeeld. Daar gaan vlak bij het station wat huizen tegen de vlakte. De werken liggen stil, maar ik voel dat er dingen aan het verdwijnen zijn. Wat verder rijdt de trein een slakkengang. Een koppel toeristen kijkt me vragend aan. Ik zeg ik ze dat we al blij mogen zijn dat het ding niet helemaal stilvalt. De Belgische Spoorwegen zijn een bedrijf in nood! Ik ben wat cynisch. Ik voeg er nog aan toe dat ik dit net in het dagblad heb gelezen.

Ik ben wakker nu en zie achtertuintjes vol prullaria. Wat waardeloos is en toch gekoesterd blijft kan me boeien. In Tienen breekt de zon door. Mooi! Ik kijk weer uit mijn doppen. De coupé geraakt ontvolkt en de gesprekken krijgen meer klank. Ik zie meer bomen. Dit is de fruitstreek. In Sint-Truiden ga ik kijken naar een groot werk van Hugo Duchateau. De kunstenaar is of wordt 75 en exposeert er in de Begijnhofkerk.

Neem daar dan de bus, had L. bijna bevolen. Je enkels. Maar zelden zal ik mijn gehavende knoken meer op de proef stellen dan deze dag. Ik heb de indruk dat de kleine stad me gaat charmeren. Ik laat de wachtende bussen dus links liggen.

Ik stap een lange straat door en kom haast vanzelf op de Grote Markt. In een sfeervol restaurant word ik vroeg, snel en vriendelijk bediend. Ik lees nog wat. Tussen een kerk en “de” abdijtoren (met lapidair uitkijkplatform) laat ik me na de koffie naar beneden zakken. Ik passeer frisse huizenblokken, groen, vervolgens iets wat “Veemarkt” heet en dan bos. Ik kronkel nog wat en kom bij de (begijnhof)kerk waar ik zijn moet.

Er ligt een grasveld voor en de voorgevel is onzichtbaar. “Doorzicht” is er wel. Ik lees het op een bordje en kijk doorheen paletten. Hier exposeert Hugo Duchateau en zo heet de tentoonstelling. Het is hij die met paletten voor de kerk de tijdelijke muur heeft opgetrokken. De onderdelen, die her en der schijnbaar door de wind een duw hebben gekregen (ik weet dat het de hand van de kunstenaar is), refereren naar de arbeid in de fruitteelt. De “installatie” is ook zijn beeldende commentaar op een verwaarloosde begijnhofmuur. Zelfs met houten paletten schildert hij!

Ik ben wat te vroeg op de afspraak en ga op een bank langs het gazon zitten. Het is middag, de zon schijnt en het gras is nog nat. Ik zie een bronzen beeld van Johan Creten. De stilte is nadrukkelijk. Af en toe een plofje: een eikel die moet lossen.

Stipt om halfeen fietst een man in zwart pak voorbij. De kunstenaar. Ik herken hem deels aan zijn snor. Ik stap de kerk binnen. Plots is hij er ook. We maken kennis.

Thuis heb ik twee werken van Duchateau. Hij was een van de kunstenaars die in 1993 (Galerie Hugieia) lieten zien hoe je in een historische stad als Brugge in de openbare ruimte iets anders kunt inplanten dan alleen maar figuratief brons, iets anders dan hapklaar voer voor toeristen en gidsen. De werken zijn nu 20 jaar oud. Ze worden met de dag mooier. Ze hebben hun frisheid behouden. Ik word straks 60 en Hugo, ik mag tutoyeren, wellicht 75. Drie verjaardagen, dus. Hij neemt me op sleeptouw, wijdt me in, instrueert en maakt me wijzer. Een dikke drie uur staan we bij zijn werk stil. Je enkels, Johan!

Duchateau is ooit met glasramen begonnen. Nu plaatst hij in de begijnhofkerk (de stad heeft helaas geen behoorlijke tentoonstellingsruimte) over de gehele lengte een tafel. Onder glas liggen er 200 aquarellen. Een selectie. Hij had er zo’n 1.000 gemaakt. We zullen er langsheen struinen. Analyseren, vergelijken, verwijzen… Zelden zag ik een sterkere reeks kleine werken samen.

Alles begint met een sterrenkijker. Het valt amper te geloven dat dit waterverf is. Voorts een kamer, een deel van een dakraam en de suggestie van een flard sterrenhemel. Van verwondering lijkt het apparaat achterover te gaan vallen. Speels en toch meteen naar de kern van de zaak. Je voelt ook direct hoe het papier zijn rol mag en moet spelen. Het spel van licht en schaduw. Het evenwicht. Het weinige dat een hele wereld opent. De nimmer te stoppen  fantasie die zich kan beroepen op ervaring.

Vanuit verwondering, deels voor de natuur, groeit een reeks onwaarschijnlijk knappe werken. Het wordt een leerzame en genietbare wandeling. We geraken amper vooruit, stellen we vast. Duchateau was ook leraar. En als beeldend kunstenaar en vooral als schilder heeft hij alle fundamenten van de schilderkunst uitgeplozen: kleur, vorm, materie, effecten… Idem dito voor het materieel waarmee je aan de slag kan. Naast zijn schilderijen zijn er ook de talloze objecten en installaties. Wat ik niet vermoedde is dat de man ook veel en ver heeft gereisd. Dus ook elders veel gezien en geregistreerd. In zijn hoofd. Voorts is hij weg van kerken. Niet van het geloof. Maar van kerken en hun ramen. “Je moet eens de Dom van Keulen binnenstappen, Johan! Eerst eens van ver kijken. En dan naar binnen.”

Tot bij ons afscheid zal hij er mij aan herinneren. “Dat is het summum!” Hij zal het een middag lang over zo vele dingen hebben. Maar ook over het belang van de architectuur: zoveel ingrijpender dan wat een beeldend kunstenaar doet, zegt hij. Hij praat honderduit. Neemt nooit een blad voor de mond. Dat de eeuwenoude muurschilderingen – waarvoor nogal wat mensen naar deze Begijnhofkerk komen – gewoon slecht geschilderd zijn. Stadsbestuur en gidsen op hun achterste poten. Het woord nestbevuiler valt net niet. Maar Duchateau daagt en legt uit. Duidt. Toont aan. Zijn besluit: maar net dàt maakt ze ook zo authentiek. Binnenpretjes. De (goe)gemeente gesust.

Pas wanneer we in de late middag aanstalten maken om naar het station te stappen, zie ik zijn gouden Sint-Trudo glimmen, hoog boven de begane grond, op een blauwe houten paal.

Even heb ik gedacht: begonnen met glas en nu deze aquarellen. Opnieuw dat lichtheid, die transparantie. De cirkel is rond. Vergeet het! Duchateau zit vol plannen. Hij blijft kijken en zoeken. En zich amuseren. De kunstenaar die nooit op één soort creatie was vast te pinnen is lang niet aan het einde van zijn beeldend Latijn. Hij begrijpt trouwens niet hoe sommige kunstenaars hun hele leven ongeveer hetzelfde kunnen doen.

“Doorzicht” heten de aquarellen samen. We keken en praatten. Over wat we zagen. Of net niet. Of over wat we zagen dat er eigenlijk niet was. Over  techniek. Een beetje. Over kunst in het algemeen. Over cultuur en natuur. Over de schoonheid in het kleine, het alledaagse, ja, zelfs in wat lelijk lijkt. Over hoe belangrijk de locatie voor een kunstwerk is. En hoe bepalend drager en materie. Evenwicht. Hoe de hele kunstgeschiedenis ongemerkt in al die kleine werkjes zit vervlochten. En over fractaliteit. Hoe de dingen zijn opgebouwd. Onderdelen als soorten bouwcellen.

Een werkje, net een vloeipapier met twee dunne strepen, haalt mijn hele schooljeugd terug. Nochtans een zogenaamd volslagen abstract werk. Abstractie en figuratie… Termen die lang hun lading niet dekken. Met wat fantasie is de natuur overal. Kijk anders, kijk kleiner, groter, dichter of verder…

De catalogus waarin alle aquarellen zijn opgenomen bevat een korte tekst van kunstfilosoof Francis Smets. Dit haal ik er even uit: ‘Schoonheid in alles zien’ is met andere woorden kijken als een schilder. Schilderen? Dat kan ik niet. Schoonheid zien in veel, gelukkig wel.

De “parels” van Hugo Duchateau zijn er nog tot 30 oktober.

 

 

 

 

 

 

 

JOHAN DEBRUYNE, begin oktober 2013

 

 

 

 

Maria van Middelburg nu ook op youtube!

 

HET GROTE GENIS
Kindermisbruik, corruptie, rotzooi, Kantelberg…
Deze kerk werd ooit nog ingewijd door monseigneur VG.
Of dat grote plakkaat misschien weg mag?
Als signaal naar de talloze slachtoffers?
De kerkfabriek gaat beslissen, meneer. Maar
dat doet ze natuurlijk niet.
De leugen regeert. De fabriek gaat te biecht,
hun vunzigheid met muffe habijten
van katholieke iconen bedekt.
Van zoveel smeerlapperij keert Maria zich af:
Idolen, Iconen, Idioten…
In Middelburg loop ik haar, Maria, in een bloemenzaak tegen het lijf.
Kleurloos, ingetogen, maar glimmend. Pluk de Dag, zingt de baas.
Vanuit de Gortstraat neem ik ze mee naar Brugge, dorp bij de zee.
Als het duister dreigt geef ik haar licht en kleur.
Meer kan deze duifgrijze stad niet wensen.
Ik wou haar bij me, haar sobere, glimmende aanwezigheid. Haar twijfels naast
die van mij. Even ontsnapt ze maar net aan het vuur.
Lezen de haastige passanten de woorden boven haar nis,
ooit gewoon een ruit? Ik denk het niet.
Parels voor de zwijnen.
J.D.

Cultuur?

Johan Debruyne Het wordt politiek alvast een boeiend jaar in Brugge. Benieuwd welke partij in zijn programma zal durven opnemen dat het een groot deel van de beelende rotzooi die door de voorgangers in de publieke ruimte is neergepoot zal weghalen en eventueel mét kennis van zaken (bevoegde commissie) zal vervangen. Werk aan de winkel.