Tag: corruptie

Fallout

FALLOUT, naar aanleiding van de tentoonstelling met beeldend werk van Thierry Buysse in de Bogardenkapel (Brugge)

*Meer dan een kwarteeuw geleden hebben in Chernobyl/Pripyat overmoedige idioten de klok voorgoed stilgezet. Nadat de overheden zich dan 3 dagen lang in misdadig stilzwijgen hulden, werden 50.000 inwoners er als schurftige honden weggedreven. “Geëvacueerd”, heet dat met een mooier woord.

U bent hier omringd door beelden van het resultaat van zoveel technische betweterigheid of onvermogen en veel wat we nooit zullen achterhalen. De moordende leugen wordt mijns inziens het krachtigst verbeeld in het bijna abstracte beeld “Bridge of Death”, de brug waar mensen samenstroomden om ’s nachts naar het vuur te kijken. Helaas. De wind zat verkeerd…

Mag ik het, in het aanschijn van zoveel gruwel en dood, hier dan nog hebben over het wereldje van de actuele beeldende kunst? Over de artistieke biotoop vol ego’s, die het voorts zelden met elkaar eens zijn? Over een bronzen buste die ik bij momenten liever de Groene rei zou in kieperen? Het is heel, heel relatief. Maar toch.

Het doet pijn aan het kunstige hart dat de tijd verleden en voltooid is dat Brugge een 15-tal kunstgaleries telde. Als criticus kon je nauwelijks alle vernissages volgen, om daar dan steevast collega’s aan te treffen met wie je ter plekke de tentoonstelling kon analyseren. Discussie. Debat. Boeiende tijd. Idem voor toneel. Maar sinds tijden worden recensies VOOR het spelen geschreven. VOOR het tentoonstellen. En vaak bepalen macht, centen en vriendschappen de aard van het relaas.

In een cultuurstad als Brugge, waar nu al decennia lang lui die zich in OUDE KUNST hebben verdiept en/of mensen met INVLOED bepalen wat aan zogenaamde hedendaagse beeldende kunst de stede mag aandikken, is het weinig hoopgevend dat ook “Raaklijn” het 50 jaar geleden amper 7 jaar heeft uitgezongen.

Dat in 2005 een immens zeildoek voor even van het Belfort diende geschraapt, omdat de Bloedprocessie er zou passeren, vind ik vandaag nog beschamend. Op het doek stond de titel van de daar lopende tentoonstelling “Tussen Huid & Orgasme”. Over mijn eigen project met gevelnissen wil ik het zelfs niet meer hebben. Kunstenares Berlinde De Bruyckere, die daarin een hoofdrol zou spelen, gaat dit jaar ons land vertegenwoordigen op de Biënnale van Venetië. Maar hier vond cultuurschepen Moenaert Kamagurka interessanter…  Leuker in elk geval.

*Hoewel ik de regionale berichtgeving mede wegens de royale vergoeding (ik ben nu even ironisch) na 26 jaar vaarwel heb gezegd, worden me nog met regelmaat zaken gesignaleerd. Ik lees het blad nooit meer, maar iemand belde me vorige week op omtrent een roze EXIT, wat Brugges cultuurmagazine zou moeten zijn, maar bij nader inzien niet meer is dan een cultureel reclameblad. Interessant voor de programma’s van de cultuurhuizen, krijg ik vaak als tegenwind. Maar toch doodjammer voor een stad die ook vaart en allure schijnt te willen. Schijnt te willen… Een paar jaar geleden al had EXIT de lezer om suggesties voor vernieuwing gevraagd. Behulpzaam als ik ben deed ik mijn duit in het zakje. Ik suggereerde zachter papier. Vooral omdat zoiets beter zou rijmen met het ontbreken aan enige kritische reflectie. Een blad als EXIT bevordert in grote mate het vaak misplaatste Brugse euforisch sfeertje. Het maakte mede de tenen van de bewindslieden langer en langer.

FALLOUT

*Men heeft me gevraagd om mijn toelichting op dit verhoog te houden. Het is knap gemaakt en het heeft iets van een preekstoel zonder franje. U mag er straks allemaal ook even op. Een voor een wel te verstaan. Van hieruit heb je zicht op een gedicht dat ik in weinig tijd heb neergepend. En op deze piëdestal sta je voorts verder van het graf, maar dichter bij de dood. Een creatieve, gekooide suggestie ervan.

Het doet iets met je:  een publiek toepreken van op een hoogte. Niet meteen mijn katholiek verleden. Maar toch: herinneringen. Schoolse. Als jonge leerkracht moest ik wel eens – steevast met verse walg – studie houden. Eind jaren ‘70 vond zoiets nog wel eens plaats in een immense zaal. Een massale, luidruchtige invasie was dan je deel , lawaai, gestommel, en dan uiteindelijk: stilte. Dat was de bedoeling. Als “surveillant” zat je op een trappenverhoog. En daar hoorde je streng te kijken. Ik bevocht mijn binnenpretjes  en keek met vernietigende blik in het rond. Een mens heeft iets dierlijks. Ook dàt was immers over-leven. Want al deed je het in je broek,  het hoorde stil te zijn. Een minimale toegift of een summier moment van zwakte konden een sneeuwbaleffect ressorteren. En dat was uit den boze. Daar werd je mondjesmaat gek van. Voorbeelden legio van murw gepeste collega’s. Je speelde dus het spel. Als ik nu stilte wil, dan is het omdat ik ernaar snak. Op dat schools verhoog  was het een kwellende stilte. Een geregisseerde. Een valse. Een laffe stilte. Een smeerlapje was boswachter geworden.

Wat heeft dit allemaal met Buysse te maken? Alles. Het leven. Het leven zoals het is. Ik ben ongeveer dubbel zo oud, maar toch delen Thierry en ik  vaak een mening, stappen we kritisch door het leven, houden we van een uitdaging en blikken we net zo graag in de toekomst als in het verleden.

Deze Buysse is een amper 30-jarige Bruggeling. Ooit en al heel vroeg was hij in de ban van fotografie. Met “ooit” wil ik zeggen en vermoed ik: meer dan vandaag. Hij was in de ban geraakt van verloederde gebouwen en van plaatsen waar nooit nog iemand komt.  In wat verrot, geroest of met mos is begroeid , volkomen verlaten, opgegeven en vergeten, zag en ziet hij schoonheid.

Hij werd Urban Explorer. Zijn foto’s tonen wat WAAR is. Het verval dat in het leven kadert. Hoe het soms wordt afgebakend, opdat niemand nog getuige zou zijn van zoveel gebrek aan respect voor het leven, dat zo al kreunt en lijdt onder de pijn van de vergankelijkheid en onder de wanhopige strijd eraan te ontsnappen, zoals Buysse het zelf ooit raak formuleerde.

Hij trekt op avontuur. Zwaar beladen. Riskeert lijf en leden, tart wilde honden, hongerige ratten en verschalkt uit de kluiten gewassen veiligheidsagenten. Hij gaat “illegaal”. “Werkt” in de marge. Er is volk dat liever heeft dat je daar wegblijft.

De fotografische resultaten van zijn escapades worden geprezen. Zijn verschroeid Chernobyl-theater (met piano en nadrukkelijke lichtinval)wordt stilaan een iconisch beeld. Het meest treffende compliment kwam van een kompaan, want zo’n “shooting” is te gevaarlijk om in je eentje te doen. Die zei: “Thierry, ik zie je nooit fotograferen!”  Buysse voelt en ziet en reageert bijzonder alert.

Twee keer zou hij naar Chernobyl trekken. Zijn jongensdroom.  En zo ver van hier is dat niet. Het is huiveringwekkend dichtbij. Tot in de puntjes voorbereid, maar op het gevaar af tot een Siberische “vakantie” te worden veroordeeld en zijn gezondheid in die “Verboden Zone” om zeep te helpen, trok hij er heen. Hij maakte er unieke foto’s. Beelden uit de krochten van een hel.

Maar Buysse heeft meer in zijn mars. De fotografie zal belangrijk blijven, maar hij kickt op uitdagingen. Omdat vandaag busjes met ramptoeristen Pripyat doorkruisen, zette hij er een punt achter. Omdat iedereen kraakpanden fascinerend begint te vinden, ze infiltreert en fotografeert, hield hij het voor bekeken. Urban Photographer. Dat is, maar vooral: dat WAS hij. Feit is dat hij nog steeds schoonheid ziet in zaken waar menigeen een afkeer van heeft.

Onlangs kwam ik erachter dat hij op zijn 12de – de sfeer in vader-zaligers atelier moet indruk hebben gemaakt – al een schaakspel had gemaakt met bronzen olifantjes van zijn hand. Wat later liet hij de grote beesten in het klein copuleren… Soms valt met die jongen geen land te bezeilen, moet zijn moeder wel eens vaker gezucht hebben.

Nooit kennen zijn creatieve kop en kritische geest rust. Buysse is bijvoorbeeld van poppen gaan houden. Hij kan ze manipuleren en er dingen mee vertellen. Zonder woorden. Buysse houdt ook van dieren. Bij leven en bij dood. Hij koestert skeletten. Het karkas van wat ooit leefde fascineert hem. Niets wordt weggemoffeld. En nooit neemt hij afscheid, denk ik wel eens. “Morbide” is een woord dat wel eens valt wanneer men het over zijn oeuvre heeft. In zijn fantasie blijft het allemaal leven. De dood hoort bij het leven. Veel tijd is ons niet gegund. De dingen mogen dus best snel gaan. Buysse laat zien wat een jonge gast drijft. Niet zozeer de waan van de dag. Maar onrecht.

Hij adoreert het oeuvre van de Amerikaanse tekenaar, filmregisseur en producent, Tim Burton (°1958). Buysses momenten van tederheid verrassen nog het meest.  Zoals de foto waarop hij zijn petekind tegen de borst aandrukt. Tegen zijn hart als het ware. De stilte is oorverdovend. Ze verraadt alleen het zachte bonken.  Het bloed dat pompt. De broosheid. Het leven zelf. Die foto hangt hier niet. Maar ook in de gruwel die er wel is, moet u straks maar tederheid zoeken!

Kinderen. Daar blijf je met je fikken af. Ook dat schreeuwt deze tederheid uit.  Daarom gruwt hij van mannen in habijten of met mijters en hun nimmer te vertrouwen woorden. “Het was maar…”

Populisme, fundamentalisme, racisme, voyeurisme… Het langzaam wurgen van elk kritisch geluid. Het zijn uitdijende kankers.

Je neemt Buysse zoals hij is. Wat hij vastlegt met zijn camera, wat hij assembleert, in elkaar doktert, koestert… en hier laat zien heeft met aanleg, kunde en vooral passie te maken. Met authenticiteit, met drift, met woede, met aversie. Het gaat om liefde en tederheid voor wat vergankelijk is en nog amper leeft of al dood is.

Kunst kan de wereld niet redden. Ook in de kunstwereld is het te veel “ons kent ons”. Ook in de kunst leidt macht tot corruptie.

JOHAN DEBRUYNE

Maria van Middelburg nu ook op youtube!

 

HET GROTE GENIS
Kindermisbruik, corruptie, rotzooi, Kantelberg…
Deze kerk werd ooit nog ingewijd door monseigneur VG.
Of dat grote plakkaat misschien weg mag?
Als signaal naar de talloze slachtoffers?
De kerkfabriek gaat beslissen, meneer. Maar
dat doet ze natuurlijk niet.
De leugen regeert. De fabriek gaat te biecht,
hun vunzigheid met muffe habijten
van katholieke iconen bedekt.
Van zoveel smeerlapperij keert Maria zich af:
Idolen, Iconen, Idioten…
In Middelburg loop ik haar, Maria, in een bloemenzaak tegen het lijf.
Kleurloos, ingetogen, maar glimmend. Pluk de Dag, zingt de baas.
Vanuit de Gortstraat neem ik ze mee naar Brugge, dorp bij de zee.
Als het duister dreigt geef ik haar licht en kleur.
Meer kan deze duifgrijze stad niet wensen.
Ik wou haar bij me, haar sobere, glimmende aanwezigheid. Haar twijfels naast
die van mij. Even ontsnapt ze maar net aan het vuur.
Lezen de haastige passanten de woorden boven haar nis,
ooit gewoon een ruit? Ik denk het niet.
Parels voor de zwijnen.
J.D.