Category: Marmot

Marmotte wordt mascotte

 

 

                                                                                        

  

Vriendschap

 

Vriendschap

Ik loop (nou, ja) tegen de 59 aan en hij moet zoetjesaan de 80 naderen: klein van stuk, geblokt, sterk, een niet uit te wissen blos op de wangen. Ingetogen zelfverzekerd. Eigenzinnig ook wel, denk ik. Zin in (het) leven…

Met regelmaat ontmoeten we elkaar in de gym. Wanneer ik er – tegen de middag – met een portie tegenzin (er zijn zaken die ik liever doe dan me fit houden door ijzeren machines in beweging te brengen…) binnenstap voor een rist “opwarmingsoefeningen” – waar het ook noodgedwongen bij blijft – is hij klaar met trainen. Vroege vogel. Aan de bar staat hij te socialiseren. Fris als een hoentje. Biljarttafel in de rug. Joviale man.

Tja, ik doe mijn oefeningen liever hier dan bij de kine. Ik zie en beleef hier van alles, ik kan jennen en word gejend, ik zie zweet parelen op loopbanden en geniet van het stampend geluid van de cadans van een serieuze menselijke galop, schud met mannen handen op tal van manieren, kus wat dames een goedemorgen, spreek diverse talen, loop jong en oud tegen het lijf, gewone stervelingen als ik, maar ook binken voor wie er altijd spiegels tekort zullen zijn. En op een fitnesstoestel uitpuffend (nou, ja) wordt al eens gefilosofeerd. Over de multiraciale samenleving, de mislukking ervan (hier valt het wonderwel mee), de Ramadan, de kasseien, de kwaaltjes, de bruggenmiserie in Brugge die Scone… Als de muziek het toelaat tenminste. Of nog: het aantal decibels dat de luidsprekers doet trillen. Kijk, bij de kine doe je alles in je eentje. Maar af en toe moet deze Einzelgänger – ooit een sociaal dier – eens uitbreken.

Vanmorgen weer. Gisteravond in het PAK, een nieuwe, tot de verbeelding sprekende locatie voor kunst in… Gistel, de Engelse kunstenaar Thom Puckey ontmoet. De man woont sinds 1978 in Amsterdam. Ook veel knap werk gezien van Johan Tahon. Nooit was die beter dan vandaag. En ook Frans Gentils sloeg me met verstomming. Ook hoe hij zijn creaties met het frame laat versmelten.

Vanmorgen hoorde ik dus de stramheid weg te oefenen. Een uur stilzitten of slenteren breekt me zuur op. Het fysiek oefenen is me opgelegd. Befehl! Door kenners. Eerst naast het bed, op het rubberen matje (door poezennagels danig uitgedund),  daarna – eerst nog voor Daans katten gezorgd (de “sans papiers” niet vergeten, Johan!) – naar de gym. Het is snoeiheet. En toch liever in deze voormalige patattenopslagplaats dan aan zee. Een grote, loodzware achterdeur staat open. Ik zie bomen en de vaart. De wind fantaseer ik erbij.

Ik vraag G. of hij volgende week langsloopt op de buurtfeesten op de Brugse wijk Sint-Jozef. Hij woont er. Op een boogscheut. En met het schooljaar in zicht zijn die feesten er vaste prik. Ik weet het, omdat ik me 10 jaar benevool voor de wijk heb ingezet. Ongevraagd! Doorgaans met veel plezier en resultaat. Intussen werd ze “de Marmottenwijk” gedoopt. Tiens, van de week vroeg nog iemand om een glazen exemplaartje (voor in de kerstboom) en op onze schoorsteenmantel staan twee kaartjes uit Frankrijk met een… marmot als absolute protagonist. Het blijft aan me kleven. Tien jaar dus zowat, tot ik moe werd, de verveling de overhand nam en ik voelde dat er niet echt meer progressie werd gemaakt. Er stond nauwelijks opvolging klaar en men nestelde zich knus in het status quo. Abrupt stoppen deed ik toen een van de Tsjeven die me altijd achter de schermen had gedwarsboomd tot schepen van de stad Brugge werd gebombardeerd.

Ik heb ook nooit echt begrepen waarom in een wijk van een goeie 5000 mensen zowel een Feestcomité als een Buurtraad binnen de 2 maand een groot feest moeten organiseren. Bundel die krachten, durfde ik al eens te denken. Een merkwaardige wijk, een enclave met een niet te wissen schisma.

Het antwoord van G. verbaasde me. Hij keek me recht in de ogen en zei: “Sinds jij er niet meer bent, ga ik niet meer. Ik zal hier zijn! En nu ga je iets van me drinken, Johan!” Veel meer dan een paar woorden per ontmoeting wisselen we doorgaans niet. Hoeft ook niet. Zijn handdruk “zegt” genoeg en zijn stevige poot zindert lang na. Mijn schouder, G.! Ik heb het er voor over. Zou dit vriendschap kunnen zijn?

JOHAN DEBRUYNE, augustus 2012