Biografie

biografie

JOHAN DEBRUYNE

Leopold I-laan 5, 8000 Brugge

050/323983 – 0494/183000  –  johan@johandebruyne.eu

 

*Johan wordt op 16 oktober 1953, als jongste van 7, in een hectisch nest geboren. Van enige structuur is amper sprake, naar geboden wordt niet geluisterd, het kattenkwaad tiert welig.

*Hij groeit op in de Langestraat, in de volkse wijk Sint-Anna.

*Twee keer ontsnapt het jongetje aan een bloedige dood, nl. toen na de geboorte de navelstreng slordig bleek “afgekoppeld” en toen een voor hem zorgende zus bij een wandeling de kinderwagen uit het oog had verloren (al vroeg werd die knappe zus nogal snel door binken afgeleid…) en deze van aan de voet van de molen (op een heuvel) naar het kanaal zoefde. Het atletische kereltje, dat later maar heel even zijn acrobatisch gehalte bij de turnvereniging Rust Roest zou aanscherpen, was gelukkig tijdig uit de 4-wieler gekropen…

*Thuis is het doorgaans een frenetiek zootje. Vader, ketter en kettingroker, vloekt, werkt en rookt zich te pletter. Moeder Alice werkt, zorgt, bidt en zalft. Zij is dan weer scrupuleus katholiek. De buren (vooral de zonen van de apotheker) komen graag op bezoek (zeker als er frieten op het menu staan), vrienden en vriendinnen, een strijkster, knechten, vertegenwoordigers en leveranciers, vader die snel een paar pinten gaat pakken en een volle oven vergeet… Ambiance!

Soms is het vechten voor een plekje, in een aftandse zetel, of voor de krant. ‘s Vrijdags staat alles een wijle onder water en ruikt het hele huis naar bruine zeep: “vis-“, maar ook “kuisdag”, immers, en “Stientje” (Célestine) doet haar werk vol overgave. Haar spaarcenten spendeert het vrouwtje aan dure, lelijke en in verhouding tot haar huisje veel te grote posturen. Cyrille Dujardin, een oud-militair die in Rodestraat woont, komt dagelijks zijn dubbel gebakken broodje halen. Hondje Bobby is uiteraard gedrild. De grijsaard stapt met militaire tred doorheen het huis, de bakkerij binnen.

*Johan haat het wanneer het zijn beurt is om tijdens vakanties met de “triporteur” overvol geladen met vers brood naar een “filiaal” in de Kruitenbergstraat te rijden. Da’s trappen! Dezelfde bakfiets ’s avonds laat het huis binnen manoeuvreren is leuker. De deurposten zijn dan ook nooit om aan te zien. Maar wie kan het wat schelen? De “Tour de France” naspelen met plastic coureurtjes wordt een zomerse passie.

*Twee nichten langs vaders kant (de ene is in de buurt als kleuterleidster aan de slag), runnen het bakkerijtje. Er wordt – door elkaar – Frans en Brugs gesproken. Een oude leraar Frans is er vriend aan huis. Ze hebben telefoon. In de Langestraat telefoneren  wij noodgedwongen bij Madeleine, twee huizen verder. Het zwarte apparaat verraadt wat er ’s middags bij “Madelon” op het menu heeft gestaan…

*Johan is geregeld te vinden bij de familie De Velder. Die hebben in de Langestraat een behangzaak, een immens huis, 4 kinderen en een hond. Hij geeft er zijn ogen de kost. Het is er heerlijk. Zij hebben ook televisie. Met z’n allen wordt er ondermeer “op Nederland” naar de reeks “De kleine waarheid” gekeken.

*Nogal wat buren (dat vertelde bloemist Willems later telkens weer) houden hun hart vast wanneer Johan met een lege 3-wieler van de “Kruitenberg” terugkeert en het  toen nog rustige verkeer behoorlijk onveilig maakt.

*Mama’s kindje groeit snel, speelt nu basketbal en loopt school bij de Xaverianen, de “Frères”, maar eigenlijk voetbalt hij liever, van ’s ochtends tot ’s avonds laat, op de… Vismarkt, in den Botanieken Hof, de Koopmansstraat (muur kazerne) en tussen 2 molens langs de Brugse “vesten”.

*Pa Cyrille sterft kort nadat hij de winkel op zijn 65ste voorgoed had gesloten. Slapen was al wat hij nog deed. De btw is net ingevoerd. Heel wat oudere handelaars houden  het in die periode voor bekeken.

*Johan wordt een ernstige kerel en trekt naar de Brugse Rijksnormaalschool. In 1975 wordt hij leraar middelbaar onderwijs.

*Na 3 maand werkloosheid (beschamend, dat wachten in een lange rij voor die stempel, in de Arsenaalstraat) wordt hij… studiemeester in het KTA Brugge. Hij leert er meteen het klappen van de zweep. Volgen nog het Atheneum van Blankenberge en dat van Assebroek.

*Vervolgens geeft hij 3 jaar Nederlands, Engels en economie in het Koninklijk Atheneum Stene (Oostende), leuke tijd, en laat zich dan verleiden om leraar Nederlands te worden in de Middenschool 2-Oefenschool te… Brugge.

*Bijna 30 jaar later wordt hij lector Nederlands en Dramatische Expressie aan de Hogeschool West-Vlaanderen. Hij stelt er vast hoe de kwaliteit van de “instroom” afkalft.

*Hij speelt toneel bij “Jeugd & Toneel Brugge” o.l.v. mevr. Carmen Schepens-Maerten-zaliger, van wie hij op het vlak van de beheersing van het Algemeen Nederlands ontzettend veel opsteekt.

*In de schoot van de Middenschool richt hij in 1979 de jeugdtoneelvereniging ” De Koeliesse (van ’t Oefenschooltje”op en zorgt jaarlijks voor een productie. Er zouden er een 30-tal volgen.

*Johan is verantwoordelijk uitgever van « Oogst », een bundel met jongerenpoëzie. Jaarlijks rolt die van de persen.

*Hij neemt ook het initiatief om de school, een voormalige kazerne, aantrekkelijker te maken en gaat aan de slag met kunstenaars. Hij werkt o.a. samen met Stan Slabbinck en een groepje graffiteurs, met Ria Verhaeghe, Joost Goethals, Jeroen Daled, William Sweetlove en Eric Colpaert. Met de Nederlandse Mirjam de Zeeuw werkt hij het project “Millefleurs” uit in het kader van “Brugge, Europese culturele hoofdstad 2002”.

*Als criticus wordt hij in 1995 bekroond met “De Gouden Hugo”. Deze prijs (creatie cartoonist Marec) zou amper 3 keer worden toegewezen (en 2 keer uitgereikt…), door de Brugse Uitkrant o.l.v. Jon Misselyn.

*Hij schrijft de eerste monografie van de jong overleden kunstenaar Koen Scherpereel, die van Piet Peere, de Amerikaan “Quik”, en waagt zich na een reis in de Alpen aan een kinderboek “Tibo’s vriendje uit de Alpen”, dat op de wijk Sint-Jozef gratis wordt bedeeld. Hij zorgt ook voor een filmtekst bij het oeuvre van fotografe Greta Buysse.

-Gedurende 26 jaar publiceert hij wekelijks omtrent actuele beeldende kunst in “De krant van West-Vlaanderen”. Af en toe levert hij een recensie aan De Morgen en sinds enkele jaren recenseert hij voor het kunstenmagazine (h)ART.

Voor De Standaard kruipt hij dan weer een tijdlang wekelijks in “de pen van de kenner” en met regelmaat publiceert hij in “Kunst & Cultuur”.

*In zijn geboortestad bestrijdt hij gedurende decennia wat voor kunst moet doorgaan en zonder kennis van zaken in de publieke ruimte wordt neergepoot. Hij organiseert tentoonstellingen als “Brugge Monumentaal?” met werk van o.a. Mark Verstockt, Renaat Ramon, Linda Molleman, Michel Maertens en H. Duchateau.

*Samen met de Stedelijke Academie Brugge organiseert hij beeldend artistieke jongerenprojecten rond thema’s als “De Kleine Prins”(graffiti), “Van Ostaijen” en “Gezelle”.

*Johan is mede pleitbezorger van “Attachment +” in het kader van “Brugge, Europese culturele hoofdstad 2002” op het Lerarendepartement Sint-Jorisstraat, Brugge.

*Hij is er ook de initiatiefnemer van de graffiti “Brasil”-wall in de Hogeschool West-Vlaanderen, Departement Lerarenopleiding, een actie die loopt m.m.v. diverse scholen en de toenmalige Club Brugge-speler, de Braziliaan Victor (2003-2004).

*Voor “Brugge, Europese Culturele Hoofdstad 2002” neemt hij, het gebrek aan artistiek lef van zijn geboortestad beu, de wijk en wordt curator van het sociaal-artistiek project in de woonwijk Sint-Jozef : “wijk up Sint-Jozef 2002”. Hij werkt er samen met de kunstenaars Heidi Voet, Alain Géronnez, Fabrice Hybert, Anton Cotteleer, Laure-Anne Jacobs en Claudia Radulescu.

*Johan is stichter-organisator van het “Bal van de Marmot” t.v.v. sociale doelen (2-jaarlijkse uitreiking Bronzen Marmot).

*Hij neemt het initiatief voor het plaatsen van een bronzen standbeeld van de bekende volksfiguur “Georges (van de Gilde)” op het kerkplein van de wijk Sint-Jozef (2002). Vanuit katholieke hoek wordt hij hierbij serieus tegengewerkt. Wat later komen er aldaar nog 2 beelden in de openbare ruimte bij en hij zet zich 10 jaar lang onvermoeibaar in voor de mensen van de wijk.

*Hij is medestichter (2001) van de vzw “Appartement B2”, Zwaluwenstraat 9, Brugge. De eerste tentoonstelling (2001) gaat om een film van Honoré d’O : “You can use my picture”. Later toont hij er werk van Mieke Teirlinck (“Koppen 2002”), in het kader en m.m.v. “Brugge, Europese culturele hoofdstad 2002”. Hoofddoel van de vzw : organiseren van socio-artistieke projecten, stimuleren van jonge kunstenaars.

*Hij modereert debatten zoals “Actuele Beeldende Kunst in de Publieke Ruimte” met Johan Pas, Roland Patteeuw, Lily Van Ginikken, Joannes Kesenne… bij aanvang van het Gezelle-jaar/Biekorf, Brugge (1999).

*Hij speelde ondertussen basketbal bij BBC Damme, Jupiter en Racing Brugge. Van deze laatste vereniging is hij medestichter.

*In “2002” promoot hij de sport “Push Corner” (gespeeld met vierkante bal van de Franse kunstenaar Fabrice Hybert) in de Brugse kontreien. I.s.m. de Brugse Groendienst zouden in diverse wijken (2003) terreinen worden aangelegd. Het blijft bij één wijk, Sint-Jozef, waar ze (het Brugs stadsbestuur) het terrein ondertussen verminkt hebben met een metalen kooi voor hangjongeren én een flinke strook beton.

*Johan – dierenvriend – voert met zijn leerlingen acties tegen o.m. het afslachten van zeehondjes. I.s.m. Middenschool Brugge, de Stedelijke academie voor Schone Kunsten Brugge, banketbakkerij “Prestige” en het kledingmerk Wolfskin (schooljaar 2004-2005)  slaagt hij erin voldoende geld te verzamelen om een zeehondje te adopteren.

*Maar liefst 16 jaar lang zal hij in Brugge, Maria-stad, proberen een project rond actuele kunst in gevelnissen van de grond te krijgen. Helaas.

Oh, en precies één week lang speelt hij als jong leraar vervangend directeur. Het leukst vindt hij de ochtendlijke koffie, de stille, lege school en het “kleuren” van de nota’s voor de map in de lerarenkamer…