Wolken

 

 

 

 

 

Wolken

 

Je haat de zon. Terwijl haar vroegste

licht langzaam mijn gemoed genoegzaam

prikkelt, word jij erdoor verlamd.

Wanneer ze opkomt lig je nog in bed,

je keert het vensterraam de rug toe.

In jou voeden klaarte en lichtheid

droefenis. Ze gaan op de loop met je

kracht. Je krimpt in elkaar bij het beeld

van zuipende, vretende en lallende

lui in tuinen en op terrassen.

Hun zorgeloosheid deprimeert je.

Het is negen nu, en al behoorlijk

warm. In kamerjas schuifel je de

woonkamer binnen.

De tafel is al lang gedekt en

luifels en gordijnen dicht.

Maar ik kan niet alle kieren

dichten. Dit lukt me niet.

Kon ik maar wolken voor je kopen.

 

Johan Debruyne, eind juni 2017