Interview met Peter Puype n.a.v. de tentoonstelling “Idol, Icon, Idiot” in De Bond, eind 2011

Interview met Peter Puype n.a.v. de tentoonstelling “Idol, Icon, Idiot” in “De Bond”, eind 2011

“ESTHETIEK IS DE HUISSTIJL VAN EEN GOED MERK GEWORDEN.”

Peter Puype (°1974), woont en werkt in Gent. De kunstenaar reageert met zijn werk doorgaans nogal direct op de maatschappelijke realiteit. Hij doet dat middels installaties, video’s en performances. Begin 2010 deed hij met zijn installatie “Iconoclasm” (groepstentoonstelling “That’s all folks”) het paapse Brugge even op zijn grondvesten daveren. Hij daagde de bezoeker uit met stenen naar gipsen Mariabeelden te gooien. Censuur was zijn deel…

Puype was eigenlijk voorbestemd om “coureur” te worden, maar een ongeval zorgde ervoor dat de puber gedurende jaren zelfs niet eens aan spelen toe kwam. Opgelegde tijd om na te denken. Of  te piekeren.

*Wat heeft die cruciale fase in zijn leven voor consequenties gehad?

Peter Puype: “Spelen” is een cruciaal woord geworden. Misschien ben ik als kunstenaar nog steeds aan het ‘spelen’ en tegelijk op zoek naar verloren mogelijkheden. Ik heb geen keuze. Voor mij is het dagelijkse leven net iets te banaal. Ik wil zoeken, ontdekken, bestuderen, voelen, op mijn bek gaan… Hoe dat laatste voelt weet ik heel goed: vallen en weer opstaan. Opnieuw leren stappen, de wereld weer in de ogen kijken.

Toen ik 7 was kreeg ik mijn eerste koersfietsje. In ons dorp waren we met twee die dolgraag coureur wilden worden. Onze vaders zaten altijd samen. In ’t zelfde café. De baas van ’t café was wielerprof geweest en was vaders beste vriend. Omdat mijn pa de oudste was van het gezin, moest hij al op z’n 14de aan de slag. Op dat moment smeulde WOII nog na. Gabriël, vaders vriend, was vermoedelijk bij de eersten van de in die tijd bekende Flandria-ploeg, toevallig ook uit Zedelgem. Ik kom uit deelgemeente Veldegem. Vader trainde met die gasten. Reed ze er bijwijlen af! Een gefrustreerde vent zou zijn droom dan maar op zijn zoon projecteren. Op 1 maart 1984, om 17.45u., werd ik aangereden door een wagen. Van “koers” zou nooit nog sprake zijn! Na een lange revalidatie heb ik toch nog karate gedaan en na mijn academie marathons gereden. Maar nooit in competitie. Daar heb ik een hekel aan. Misschien was ik wel bang om echte competities te rijden. Ik kan niet tegen mijn verlies en ik weet wat ik tekort schiet…”

*Wat heeft die nare ervaring je geleerd?

Peter Puype: “Dat mensen vaak geen andere kans hebben dan de dingen te doen die ze doen. En hoe mensen vaak al veroordeeld zijn voor ze geboren worden. Vandaar ook mijn interesse voor andere culturen. Ik wil begrijpen waarom bevolkingsgroepen geen kansen krijgen en waarom andere ze weggooien. Na WOII heeft mijn vader het gezin van zijn ouders moeten bijstaan. Hij heeft nooit mogen koersen. Van studeren zullen we maar niet spreken. Daar is hij enorm gefrustreerd uitgekomen. Dus, als je een droom hebt : koester die en ga ervoor!”

*Letland, Estland, New York… Straks vertrek je naar Poznan (Polen). Je observeert hoe mensen samenleven en dan zoek je naar een manier om daar commentaar op te geven? Of vat je de dingen samen? Vaak wend je hiervoor taal en grafiek aan. Voor jou veel belangrijker dan esthetiek, lijkt me. Je werk heeft, denk ik voorts, in hoofdzaak met identiteit te maken.

Peter Puype : “Veel werken zijn inderdaad een zoektocht naar oorsprong en identiteit. Misschien omdat mijn identiteit zelf niet zo heel duidelijk is. En zeker: belangrijker dan esthetiek… Esthetiek is volgens mij een academisch idee geworden. Ze steunt voor een groot deel op vastgelegde principes en stijlen uit het verleden. Het is de huisstijl van een goed merk geworden, smeer die de schoen doet blinken. Ik geloof niet in een ‘eigen esthetiek’. Deze spiegelt zich altijd af op wat we al kennen en kunnen. Het kan ook een tijdsbeeld zijn dat zich naar de markt spiegelt. Ik veronderstel dat elke periode zijn ‘beeldtaal’ heeft, maar daarom geen eigen esthetiek. Het publiek vindt esthetiek belangrijk, omdat het net dààr een aanknopingspunt heeft. Het heeft zo een manier om te vergelijken en te (h)erkennen. Ik werk liever op een geïmproviseerde manier. Het doet me denken aan Free Jazz en improvisatie. De boodschap in die stijl van de jazz is voor mij veel duidelijker dan een mooi liedje, een herkenbare melodie. Bij vrije improvisatie komen we veel dichter bij de ziel van de maker, de geest die de vrije loop krijgt en zo associaties maakt. Tijdens het improviseren valt het masker af! Hier komen we ook terecht bij een Freudiaanse of zelfs Lacaniaanse inslag van mijn werk. Mijn eerste tekeningen en zelfs een groot deel van mijn academietijd waren gericht op een eerder expressionistische gevoelsstijl. Maar ik vond dat eigenlijk teveel zoeken naar een stijl en niet naar inhoud. Het is de kunst van : “Het doet wel pijn hoor, mijn leven.” Selfpity. Fuck that shit!

Esthetiek is volgens mij een middel om zichzelf te verbergen achter trucjes om het werk ‘mooier’ te maken. Het kan interessant zijn om te gebruiken maar het mag niet alleen maar dàt zijn. Veel kunstenaars grijpen continu terug naar dezelfde stijlkenmerken, omdat ze er ooit mee “gescoord” hebben, geld mee verdiend, zich veilig gevoeld. Is het omdat ze niet meer kunnen, of willen ze ook niet meer? Ik ontwijk dit gedrag graag. Zolang ik een zoektocht kan ondernemen, zal ik werken. De rest is de commercie van het eindeloos herhalen van een stijl.”

*Weerom: taal & grafiek…

Peter Puype: ”Ik voel je al komen. Grafiek is toch dè vorm van een vastgelegd principe? Een goede lay-out en een goede letter liggen in een heel strak en sterk stramien en dit staat haaks tegenover mijn ‘free’ ideeën. Ik denk dus niet dat ik buiten het idee van ‘esthetiek’ sta. Ook anti-esthetiek is een vorm van esthetiek. Ik gruwel enkel van de vormen die al veel te lang gebruikt worden en die al te herkenbaar zijn. Laat mij maar zoeken naar oplossingen, i. pl.v. deze bij anderen te “lenen”. Misschien kom ik wel terecht in een vorm die al lang bestaat, maar dat deert mij  niet.

Ik gebruik taal, omdat esthetiek en het mooie tekeningetje voor mij vaak overbodig zijn. De basis van kunst is voor mij een zinloos gegeven geworden, net doordat de zoektocht wordt tegengehouden door het (kunst)establishment. Doe dit, doe dat, en je zal scoren! Dit geldt zowel voor de beeldtaal als het format van ‘de carrière’ van de kunstenaar. Alles is vastgelegd en de job is geen passie meer,  geen vorm van onderzoek, vraagstelling en oplossingen. Het is een vorm geworden om makkelijk veel geld te verdienen: het instituut ‘de kunsten’. Het houdt alle creativiteit tegen en coördineert ‘de markt’.

Terwijl ik niets tegen esthetiek heb. Als je mijn foto’s ziet, herken je wel een strakke vormgeving. Ik zie het gewoon als een middel om in een werk te gebruiken. Het is geen must. In de reeks tekeningen die ik maakte bij het werk “l’Histoire Occulte des Belges” ben ik opzettelijk op zoek gegaan naar een stijl die een grafische indruk geeft. De tekeningen zien eruit alsof ze een grote stempel zijn. Voor mij is het niets meer dan een speelterrein, tools die gehanteerd kunnen worden om tot een resultaat te komen.

De laatste 20 jaar, de jaren na het post-modernisme, worden vooral gekenmerkt door een eshtetiek zonder inhoud, terwijl kunst een (wetenschappelijk) onderzoek zou kunnen zijn en een maatschappelijk relevante verbeelding en bevraging.”

*Je werk heeft alles met identiteit te maken en met je  sociale betrokkenheid.

Peter Puype:  ”Mijn werk is zowel een zoektocht naar het subjectieve als een objectieve benadering. Voor ik aan een werk begin, weet ik niet welk materiaal ik zal gebruiken. Eerst is er de idee, dan de uitwerking. Ik gruwel van mensen die heel hun leven hetzelfde gedaan hebben. Voor mij zijn dat ambachtslui. Stel je voor: heel je leven enkel maar schilderen, hoe saai moet dat zijn?

Ik voel me betrokken bij die van de free jazz, omdat zij de laatsten waren die de avant-garde nog een duwtje hebben gegeven. Ook in hun sociale positie vind ik mezelf terug. Van thuis uit heb ik leren vechten tegen sociaal onrecht. Maar ik heb ook de typische problemen van een arbeidersgezin  leren bekampen. Naast de ‘koersrelatie’ met mijn vader had ik geen enkele band met hem. De linkse inslag in mijn werk komt vooral door de opvoeding van mijn moeder, terwijl ze beiden eigenlijk erg traditioneel West-Vlaams katholiek zijn. Misschien is dat ook de oorzaak van mijn hekel aan de Kerk met haar valsheid en bedrog. Mijn ouders zijn misschien wel katholiek, maar schelden elkaar de hele dag de huid vol. Ook naar mij toe was dat zo, door mijn vader dan. Vanuit dit opzicht kan je al mijn werk ook spiegelen op mezelf. Ook al zit er vaak een maatschappelijke kritiek in mijn werk, toch kan je deze spiegelen op mijn eigen oorsprong en gezin”.

*Je werkte in Letland, Estland en New York… Straks vertrek je naar Polen.

Peter Puype: “In Estland en Letland ben ik op zoek gegaan naar de invloed van politieke systemen op het menselijk gedrag (individueel en collectief). Beide landen zijn bezet geweest door de Russen en het communisme. Toen de muur gevallen is, zijn ze opgeslorpt door het Westers kapitalisme. Ik had gedacht dat er in deze omgeving wel interessante projecten zouden ontstaan zijn. Dat overgang en vernieuwing zouden zorgen voor verandering en frisse ideeën. Niets is minder waar!!! Door het feit dat de bevolking bijna 50 jaar van achter een gordijn heeft mogen kijken naar onze kapitalistische welvaart was ze erg hongerig en was het gemakkelijk om het kapitalisme in te lepelen. Ik noem ze über-kapitalisten. Ze zijn veel beter getraind in consumptie dan wijzelf!

In Liepaja (Letland) heb ik wel aan een leuk project meegewerkt. Calle Biorsmark en Kristine Briede hadden er in de voormalige Sovjet-oorlogshaven Karosta een kunstencentrum uit de grond gestampt in de voormalige officierswoningen van de haven. Maar: money proves the point. Hun project lag veel te ver van de bewoonde wereld en ook zij hebben de deuren moeten sluiten. Jammer.”

*“The West Must Die” heb je in tal van materialen, in diverse talen en op talloze plaatsen in New York aangebracht…

Peter Puype: “Het werk in NYC was van een ander kaliber. In de zomer van 2008 was ik te gast in galerie Ad Hoc in Brooklyn. Zij organiseren ook Peripheral Media Projects, een zeefdruk- collectief. ‘The West Must Die’ werd in het Chinees, Russisch en Arabisch op stukken karton, oud papier, affiches, etc. gedrukt. Deze afgedankte materialen kregen een nieuwe betekenis. Ik heb ze in NYC in het straatbeeld gebracht: op muren, aan telefoonpalen, tussen hopen afval die ‘s avonds voor de winkels lag (verpakkingen van producten…). De vertalingen heb ik gemaakt via de gekende vertaalwebsites. Ik weet nog steeds niet of deze vertalingen correct zijn. Dat doet er ook niet toe. Ik had zoiets van: ‘Wij, Westerlingen’, wij weten waarom. Wij mogen slordig omspringen met andere culturen en andere talen. Misschien is dit ook de inhoud van het internet: halve waarheden en een overaanbod aan rommel. Aan de andere kant is dit ook een verwijzing naar de Amerikaanse cultuur. Het gebruik van andere talen, buiten het Engels, geeft mij de kans om aan te tonen dat Amerikanen enkel rekening houden met zichzelf. Een andere taal is van geen belang daar: ‘I only speak American…’ Maar hoe kunnen we een andere taal begrijpen, hoe kunnen we een inhoud van een cultuur begrijpen als we de taal niet verstaan? Een taal is de verduidelijking van een cultuur. Kunnen we echt tot de kern van ‘The West Must Die’ komen op het moment dat een Arabier, een Chinees of een Rus deze directe woorden tot zich neemt? Wij proberen dit te begrijpen vanuit ons standpunt, vanuit onze cultuur. Maar wat is de echte betekenis? Voor een Westerling is dit iets zeer agressiefs. Het werkt volgens mij even sterk als een reclameboodschap, want dat is de meest directe manier van communiceren in het Westen. Zo is ook de grootste vorm van ons bestaan gevormd: commercials. Alles is “commercial” geworden en dit willen we ook overbrengen naar de rest van de wereld. Commercials zijn ook de manier van propaganda voeren in het Westen. Gezien we deze vorm zo goed begrijpen, zijn we er ook zo bang van geworden. Ze spelen rechtstreeks in op de emoties van het publiek.

Aan de andere kant moeten we ook rekening houden met ‘The Patriot Act’ in de VS. Elke vorm van commentaar tegen de staat kan aanzien worden als terrorisme tegen de VS. Maar of dit werk nu echt een vorm van terrorisme inhoudt, dat denk ik niet. Het is wel een manier van aantonen hoe intolerant de VS is t.o.v. andere culturen. Hoe weinig respect ze hebben, hoe ze zichzelf in het midden positioneren en willen vernietigen.  Hoe ze democratie verwarren met kapitalisme, hoe alles “commercial” is geworden, ook: ‘The West Must Die’.

(Dit werk wordt herhaald in Polen: Poznan Biënnale ‘Mediations’, september – november 2010. Ik zal er op de opening zeefdrukken en de werken direct verspreiden in Poznan). Om mijn werk verder te zetten zou ik zeer graag naar Midden-Afrika gaan en er werken. De verhalen van de Afrikanen interesseren mij enorm. Ik wil hun visie horen, weten wat zij denken over ‘The West Is The Best’.”

*Wat je maakt stemt zelden vrolijk. Het is haast onverkoopbaar en je staat ver van het (artistiek) establishment. Er komt al eens bloed bij te pas en de taal die je hanteert getuigt niet van een optimistisch mensbeeld. En als het eens al eens “plezant” zou kunnen worden en je laat de bezoeker gipsen Mariabeelden aan diggelen gooien, dan legt de overheid het spel aan banden…  In hoeverre zijn de kiemen hiervoor in je jeugd gelegd?

Peter Puype: “Mijn werk is een constante zoektocht, de Avant-Garde in acht houdend. Vandaar dat ik op het idee kwam om werk tijdens een tentoonstelling te vernielen. Ja, dat is eerder gebeurd. Het doet mij denken aan de Dadaïstische en Futuristische bijeenkomsten waar het publiek werd uitgedaagd om de kunstenaars fysiek aan te vallen. Zelfs happenings in de jaren ‘50 en ‘60 waren vooraf bedachte gebeurtenissen die bedoeld waren om de openbare orde te verstoren. Deze subversieve, anarchistische inslag durf ik af en toe in mijn werk laten sluipen.

Het stemt mij inderdaad niet vrolijk om te beseffen dat het Westerse Kapitalisme een globale stempel wil zetten op de rest van de Wereld. Globalisme is slechts een product van de kapitalist die democratie gebruikt als dekmantel. De politieke macht heeft niks meer in de pap te brokken.”

*En als het eens al eens “geestig” zou kunnen…

Peter Puype: “Het gebruik van Maria, is niet zo zeer een aanval op het geloof of op de moederfiguur Maria, maar eerder een bedenking op de oorsprong en de gevolgen van dit beeld. Maria is voor mij de symbolische moeder van het Westen. Haar zoon is Jezus, een hoofdrolspeler in de Bijbel, het boek van onze Waarheid…

Het Westerse Kapitalisme steunt vooral op de waarden van de Katholieke kerk en is zo ook een zoon van Maria. Daarbij heeft biechten een sleutelpositie. Elke fout die we begaan wordt gerechtvaardigd als we biechten. Dus hebben we al in ons achterhoofd de idee: wij mogen alles doen, God vergeeft ons toch. Dit denken is een basiswaarde in onze cultuur. We kunnen ongestoord verder de wereld veroveren, plunderen…

Door het stukgooien van de beelden wou ik aantonen dat het product dat vernield is, ook nog steeds een product blijft. Een schilderij van een Griekse tempel heeft evenveel waarde als een schilderij van een ruïne van een Griekse tempel. Op deze manier kreeg ik beide beelden samen in één beeld (werk). Deze beelden stonden in een foorkraam. Zo’n kraam vinden we op ‘de markt’. De markt is een plaats waar gecommuniceerd kan worden. In het Grieks de “agora”, de plek waar het publiek samenkomt om  om ideeën uit te wisselen.

De schepen van cultuur heeft in de media gezegd ‘dat de kunstenaar geen geld meer had om nog meer beelden te maken’. Tja, was dit echt zo? Hoeveel kost een zak gips? Als ik dan al geen geld had om een zak plaaster te kopen, dan waren er zeker wel genoeg toeschouwers die mij € 20 wilden geven om het schietkraam “draaiende” te houden. Dus was dit een behoorlijke leugen van de schepen. Als het publiek echt niet had mogen gooien, na de mediacommotie, dan had de organisatie toch de stenen weggenomen? Is niet gebeurd!

De laatste dag is er opnieuw een regen van stenen op de beelden terechtgekomen. Dit kwam doordat enkele jongeren, puur voor de kick, over de omheining waren gesprongen. Dat is dan het gevolg van de commotie die door de media zelf is veroorzaakt.

Ik ga voorts niet akkoord met de stelling van onverkoopbaarheid. Alles is verkoopbaar en alles is een product. Je kan er desnoods een product van maken of het publiek voor de gek houden en het geld uit de zakken van de verzamelaars en kopers jagen. Deze houding is de truc van de vorige generatie kunstenaars: Fabre, Delvoye, Tuymans en nu ook Borremans. Die gaan voor het geld. De inhoud is van ondergeschikt belang geworden. Ook al zeggen ze zelf iets anders, hun eerste studie is de markt en hun marktaandeel. Ze zijn in de eerste plaats bezig of proberen althans in de geschiedenisboekjes te komen. Het artistiek establishment doet daar goed aan mee. De musea, de galeries zien de kunst vooral als product. Vooral in Vlaanderen zien we een liberaal-kapitalistisch patroon. Ze hebben zichzelf ook uitgeroepen tot dè top van de wereld. Maar waarmee? Ik stel me deze vraag. De jonge kunstenaars van mijn generatie die scoren zijn zij die ofwel fils-a-papa zijn ofwel maken ze grote objecten waarvan alleen ‘esthetiek’ overblijft. De inhoud die eraan gegeven wordt is slechts een aanhangsel, een verzinsel, om er toch maar enige gewichtigheid aan te geven.”

*Wat was eigenlijk het opzet achter “Iconoclasm”? Sommigen hadden het ook over “lomp” en “aandacht zoeken”.

Peter Puype: “‘Iconoclasm’ is voor mij niet enkel de Beeldenstorm. Het woord icoon staat voor veel meer. Voor mij is ook de aanval op de Twin Towers in NYC een iconoclasm. Evenzeer de val van de Berlijnse Muur, het tegen de vlakte halen van de beelden van Saddam Hussein en Stalin, kunnen we rekenen bij iconoclasme. Iconoclasm houdt wel een verandering in, een overgang, een breukmoment. Misschien is het werk Iconoclasm ook wel een scharniermoment: er is zeker en vast een verandering aan de hand in de Katholieke kerk.

Eerst en vooral wil ik hierover zeggen dat zij die mij de aandacht gegeven hebben, daar zelf hebben over beslist om dit werk in de media te brengen. Zelf had ik nooit verwacht dat er zo’n vloed aan commentaar zou komen. Had ik dit werk in Gent, Brussel of Antwerpen gebracht, dan had geen haan ernaar gekraaid.

Wat kan ik eraan doen dat zelfs de woordvoerder van de voormalige Kardinaal Danneels ook zijn zeg wou doen over dit werk? Hierop kan ik enkel maar antwoorden: een goed kunstwerk raakt de mensen. Of dit nu in negatieve of positieve zin is, doet er niet toe. Ik vraag me af waardoor het publiek nu het meest gechoqueerd was : was het door het feit dat het kunstwerk werd vernield of was het door het feit dat ik Mariabeelden heb gebruikt?

De participatie van het publiek vind ik heel interessant. Ik heb nooit gezegd dat ze moesten gooien. De stenen lagen er. Het publiek werd als het ware uitgedaagd. Dit doe ik wel vaker in mijn werk: de toeschouwer in verschillende perspectieven t.o.v. het werk brengen. Het verplaatsen van de context. Zo is er ook een ander werk gedeeltelijk vernield geweest in Polen. Dit waren woorden die op een blad waren geprint. De tekst staat onderaan op het blad en erboven is er een dwingende witte ruimte. De woorden kwamen uit gesprekken tussen mij en de curator. Sommige woorden waren offensief. Ik begrijp dat de toeschouwer de woorden in connectie bracht en ze reflecteerde op zichzelf en op zijn samenleving, in dit geval Polen. De witte lege ruimte had voor mij de bedoeling om door de toeschouwer zelf ingevuld te worden. Eén iemand heeft de daad bij het woord gevoegd en de werken beklad met stift.”

*“Iconoclasm”… Waarom een foorkraam?

Peter Puype: “Ik heb een foorkraam gebruikt, omdat het een verwijzing is naar de kermis, naar het feest op de markt. Op ieder marktplein staat er wel een kerk. De banaliteit van het spel in confrontatie met – voor mij – een even banaal geloof. Een kerk die niets meer te bieden heeft. Een geloof dat al decennia lang is uitgedoofd.

Het spel, het foorkraam, zijn een metafoor voor het geweld dat in de verkoop van producten zit. Maar ook een verwijzing naar de trucs die de Kerk al jaren gebruikt om mensen te overtuigen, zoals venters of marktkramers die hun producten aan de man brengen in een gelijkaardig kraam. De voldoening bij aankoop is enorm. Na een middag shoppen zijn we voldaan. Onze “honger” is gestild. Voor even. Vooral de daad van het betalen geeft een kick: de verslaving van de consumptie. (Dit gedrag is onze perceptie van de werkelijkheid. Dit gedrag kunnen we ook invullen bij de bedoeling van het werk ‘The West Must Die’, de aanvoeling en invulling van de primaire gevoelens en hoe deze worden getriggerd in TWMD.) Dit is dezelfde kick die de toeschouwer had op de tentoonstelling toen hij met een steen naar de beelden gooide. Toch mogen we niet vergeten wat voor een wereldse problemen zich stellen bij onze producten: ecologisch, kinderarbeid, dierproeven, etc. Als Maria de moeder is van het kapitalisme, is zij ook de metafoor voor het product.”

*Nu speel je met de idee van een ontdoping. In hoeverre is dit aandacht zoeken en/of als kunstenaar de gelegenheid te baat nemen om de maatschappelijke ontwikkelingen een duw te geven?

Peter Puype: “Dat kan gezien worden als een manier van aandacht zoeken. Maar is er daar iets fouts mee? We leven nu eenmaal in een mediaal communicatietijdperk . Ik veronderstel dat deze vraag eerder geïnspireerd is op het feit dat ik dit project via de media wil doen en niet zozeer gericht is op het idee zelf. Ik zie het eerder als een conceptueel kunstwerk. Waarom moet een kunstwerk altijd via de gekende kunsthuizen passeren? Die hebben i.v.m. de kunst toch niet dè absolute waarheid in pacht? Alsof de gevestigde namen de populaire media niet gebruiken om met hun werk naar buiten te komen…

Propaganda is ook een deel van mijn werk. Het handelen, de daad en de vorm van het communiceren zijn voor mij even belangrijk als het werk zelf. Via dit gegeven in mijn werk kan ik structuren van de Westerse communicatie blootleggen. De vorm van communiceren in vraag stellen. Ook de media steunen op katholieke principes. Toen de boekdrukkunst ontstond waren, naast het kaartspel, bidprentjes de meest verspreide beelden. Het schilderij in de kerk had afgedaan. Het was de eerste keer dat een prent de muren van de woonkamers van het volk versierde. Ook de bijbel moest niet meer met de hand geschreven worden.

Tja, de toeschouwers kunnen inderdaad van mening zijn dat ik media gebruik om ‘in the picture’ te komen. Dat is hun volste recht. Hier wil ik verwijzen naar de video ‘Puype For President’. Die werd gemaakt n.a.v. de performance bij het werk ‘l’Histoire Occulte des Belges’. (zie verder)

In die performance ga ik opzoek naar reacties van het publiek. Ik had mezelf als ‘politicus’ vermomd. Naar de opening van de BAT10-tentoonstelling werd ik gebracht in een glimmende, grote auto. Ik had een eigen chauffeur die het portier opende. Er stond een professionele cameraploeg mij op te wachten: cameraman en geluidstechnicus. Door het vertoon, de manier van binnenkomen en de camera op mij gericht, was het publiek al op een verkeerde been gezet. Ik deelde ‘flyers’ uit. Daarop stonden zinnen uit “J’aime La Vie van Sandra Kim (zie verder i.v.m. inhoud van het werk). Deze vertoning was compleet fake, maar toch werden er mensen kwaad op de geel-zwarte kleur, op mijn aanwezigheid en mijn agressieve manier van ‘campagne voeren’. Er was zelfs een journalist die mij kwam interviewen. Ook hij had het niet door.”

*”Your country ain’t your blood”. Mag ik dit vormelijk een mooi werk vinden? Die 3 reservoirs, de uit het kalk gekapte letters… Is dit een verwijzing naar een door een soort groepsgevoel gevoede onverdraagzaamheid die almaar toeneemt?

Peter Puype: “Ja. Het werk werd in Tallinn (Estland) gemaakt. Daar werkte ik in de Cultuurfabriek (Kultuuritehas Polymer). In de Sovjet-periode was de Russische bevolkingsgroep de hogere klasse van de samenleving. Maar toen het systeem de pijp aan Maarten had gegeven, hadden we plots een omgekeerde situatie. De originele bevolking van Estland kreeg zijn ‘status’ terug. Iets minder dan de helft van de bevolking is er van Russische origine. De haat tegenover de Russen is vaak enorm. Alle standbeelden die aan die Russische overheersing herinneren, worden uit het straatbeeld genomen, soms erg provocerend. Toch is een deel van de bevolking met Russische oorsprong geboren in Estland. Deze mensen worden behandeld als tweederangsburgers. Deze Russen die geboren zijn in Estland hebben de Estse nationaliteit. Toen ik verder dacht aan dit gegeven kwam ik terecht bij de immigranten in West-Europa. Velen zijn afkomstig uit Marokko, Turkije… Ook zij zijn geboren in ons land. Als we nog verder kijken dan ons Vlaamse landschap, kunnen we ook de situatie in België bekijken.

Het gebruik van bloed is een verwijzing naar dat autoaccident. Toen ik wakker werd na de operatie op Intensieve Zorgen bevond ik mij in een plas bloed. De wonde aan mijn knie wou niet hechten en mijn been lag omhoog. Daardoor liep al het bloed langs mijn bil tot onder mijn kont. Het was een verschrikkelijk beeld, zeker toen ik voor me opkeek en zag dat er ook bloed werd toegediend: hoe zinloos…”

*Esthetisch fraai, jawel, hoe je die tekst uit een muur wegkapt of met zo’n benzineteller aan de slag gaat en daar de woorden FALSE, CLASS, LOSE en HEAL mee vormt. Waarom resideerde je trouwens een paar keer in voormalige Oostbloklanden? Is de mens niet overal dezelfde? Het draait toch overal om geld en eigenbelang?

Peter Puype: “Dit werk gaat samen met een reeks andere werken. Op een bepaald moment was ik gefascineerd door de olieindustrie. Een gevolg van de golfoorlog wellicht. Daardoor ben ik beginnen diverse spullen van een pompstation verzamelen. Zo heb ik de cijfers van de tellers kunnen krijgen,  enkele tellers, enkele benzinepistolen, prijsborden, … Met deze materialen ben ik beginnen werken en combineren. (werken: it’s the final countdown, survival of the fittest, set my soul on fire).

‘False, Class, Lose en heal’ gaat inderdaad over de belangen in de oliebusiness. Maar ook, opnieuw een reflectie naar mijn eigen oorsprong, over de verliezende klasse: die door de valse beloftes nooit te genezen valt. In verschillende werken zie je ‘Class’ opduiken (to hell with your middle class, bvb).

Dit werk heeft op het eerste niveau niets te maken met het Oostblok. Als je verder denkt aan het communisme, dan kan je inderdaad ook wel de inhoud op deze maatschappij spiegelen.”

*Je haalt flarden uit een (Frans) liedje waarmee Sandra Kim voor België het Eurosongfestival heeft gewonnen. Zwarte letters op geel papier en dit in verkiezingstijd op verkiezingsborden in… Antwerpen! Het VB-lettertype.  De borden werden meteen vernietigd. Wat wilde je hier eigenlijk duidelijk maken?

Peter Puype: “l’Histoire Occulte des Belges” is de titel van het werk. Het was de bedoeling om dit werk in 2009 te brengen op de tentoonstelling BAT10 (tentoonstelling langs de anti-tankgracht in het noorden van de provincie Antwerpen – Curator Flor Bex).

Deze anti-tankgracht ligt in de gemeente Brasschaat. Mijn eerste reflex ging naar de bevolking van deze gemeente en haar stemgedrag. Daar wordt er enorm veel VB gestemd, wat ik niet zo goed begrijp. Ik ben opzoek gegaan naar een symbool voor België, zo kwam ik op ‘j’Aime La Vie van Sandra Kim uit, het liedje waarmee ze scoorde op het Eurovisiesongfestival. Ik heb  de zinnen uit hun context getrokken. Toen ik dit deed, zag ik plots een zeer existentiële werkelijkheid. Deze zinnen heb ik aanvankelijk gecombineerd met beeld (tekeningen van Leopold 2, CCC, Paul VDB, FN Herstal, Congo…). Daarna heb ik de gele affiches met de zwarte tekst erop bedacht. Vlaamse kleuren met een Franse tekst.

In dit werk ‘l’Histoire Occulte des Belges’ wou ik aanduiden dat Vlamingen en Walen veel meer gemeen hebben dan we wel denken. Er is natuurlijk een culturele verscheidenheid. Maar is het niet zo dat er in Wallonië zeer veel Vlaamse immigranten wonen? Vlamingen die er net na de oorlog zijn gaan wonen om er te werken in de metaalindustrie. Zelfs mijn grootvader heeft in La Louvière veel van zijn dagen versleten. Ik had Waal kunnen zijn.

Door de combinatie van beeld en tekst in de tekeningen wil ik een existentiële en misschien ook een surreële werkelijkheid aan de inhoud van dit werk geven. Maar ook wil ik verwijzen naar toestanden die er gebeurd zijn in ons land en waar beide bevolkinggroepen bij betrokken zijn zoals de koloniale periode, de Generale Bank,…

Ook het werk ‘Your Country Ain’t Your Blood’ heeft een gelijkaardige benadering. Dus kunnen we dit werk ook in deze context brengen.”

*Je houdt niet van producten en vindt dat alles al gemaakt is. “Art in progress” is dus niet aan jou besteed. Heel wat kunstenaars zijn met het verleden bezig. Dat verkoopt goed. Jij wil liever in de toekomst kijken.

Peter Puype: “Art in progress, snap ik dat wel? Kunstenaars die met hun stijl naar het verleden verwijzen, zijn vaak bezig met het herhalen van een stijl. Voor mij is dat net iets te academisch. Ze willen de esthetiek van een bepaalde stijl nabootsen. Terwijl de tijd helemaal anders is. Ik zie deze kunst vaak ook als erg ‘romantisch’. Er is natuurlijk geen probleem met mensen die bezig zijn met het verleden, maar deze moeten ze kunnen verwerken in een hedendaagse vorm, zonder dat er een zweem van dat verleden aanwezig is. Maar ja, die herkenbaarheid en de erkenning die ze ervoor krijgen van het publiek, op hun bankrekening… Dat is vaak de dooddoener van de smaak. Ze steken zich graag weg achter het post-modernisme. De slogan van: ‘alles is al gedaan’, het einde der tijden… Correct dat alles al gedaan is, maar toch komt er een volgende dag en nog een volgende dag en deze moet ook vorm gegeven worden. Niet enkel op politiek, economisch, sociaal gebied. Maar ook op artistiek vlak moet er een invulling komen. We kunnen maar leren uit de fouten van het verleden, denk ik. De kunstgeschiedenis heeft voor velen een aureool dat we niet mogen aanraken. Als een stroming zijn bevestiging heeft gekregen, is dat een absolute waarheid geworden… Ik spreek over de inhoud, niet over de vorm. Jammer vind ik dat. Zoals het wereldse gebeuren aanpassingen doormaakt, zo zou het ook met kunst moeten kunnen. Dat is voor mij “art-in progress”. “Art-in-probeersel” denk ik nu. De kunstmarkt en de critici vragen altijd een afgewerkt product, volgens de normen van de compactheid. Werken moeten ontdaan zijn van alle ruis: het zogenaamde afgewerkte product. Natuurlijk moeten werken dat zijn, maar toch mag de kunstenaar ook eens een werk (opzettelijk) brengen dat interpretaties zal krijgen. Net doordat er een ruis aanwezig is, kunnen er meerdere connotaties optreden en deze kritiek kan gebruikt worden om tot een afgewerkt geheel te komen: het “afgesloten” kunstwerk. Ik durf dit hier en daar wel eens te doen, enkel om de reacties te zien en te horen: het maatschappelijk debat over het werk. Dit doe ik soms met het zelfde werk op verschillende plaatsen, net om het publiek in de val te lokken, de trigger. De video ‘Puype For President’ is zo’n geval. Ik heb heel bewust de montage uitgesteld en alle opnames getoond: raw and uncut version. Dit is voor mij interessant, omdat er diverse richtingen aanwezig zijn in de volledige opname. Als ik direct ga knippen en plakken met een montage, dan kan ik andere inhouden verliezen en of over het hoofd zien.”

 

JOHAN DEBRUYNE

addendum

Een deel van dit interview verscheen in het kunstenmagazine <H>ART, editie 88. De tentoonstelling werd voorts afgesloten met een publiek interview in de foyer van het Brugs cultuurcentrum tussen Peter Puype en mezelf. Daarin gaf de kunstenaar toe dat hij in De Bond absoluut niet mocht doen wat hij voor de geest had. Ook nu weer was censuur zijn deel. Onder andere wat betreft de kleine publicatie als de sculptuur “Game Over”, die hij achter de kapel had gewild. Het beeld kreeg van curator Dewilde een plaats toegewezen op het hok waarin de suppoosten zich in de winter warm kunnen houden…

J.D.